BWBR0018534
Geldig vanaf 2005-07-29
Artikel 3
Besluit subsidies stadseconomie GSB III
1. Subsidie wordt slechts verstrekt indien de gemeente beschikt over een door de gemeenteraad vastgesteld meerjaren ontwikkelingsprogramma:
a. dat betrekking heeft op de GSB III periode;
b. dat een analyse bevat van de bestaande stedelijke economische structuur, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de in artikel 4, eerste lid, genoemde doelstellingen;
c. waarin de gemeentelijke doelstellingen inzake het vergroten van de economische kracht, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, voldoende zijn onderbouwd en worden weergegeven in termen van toetsbare resultaten, op de in artikel 4, derde tot en met achtste lid, bedoelde wijze;
d. waaruit blijkt dat de doelstellingen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en f, zijn afgestemd met de omringende gemeenten en dat een weergave bevat van deze intergemeentelijke afspraken op hoofdlijnen, en
e. dat een financiële paragraaf bevat, die inzicht geeft in de totale kosten van het realiseren van de doelstellingen en de kosten per afzonderlijk op de doelstelling geformuleerd resultaat en de daar tegenover staande financiering om de doelstellingen en resultaten te kunnen realiseren, met inbegrip van de inzet van eigen gemeentelijke middelen per afzonderlijk geformuleerd resultaat.
2. Geen subsidie wordt verstrekt voor zover voor activiteiten voortvloeiend uit het meerjaren ontwikkelingsprogramma reeds door Onze minister subsidie is verstrekt.
a. dat betrekking heeft op de GSB III periode;
b. dat een analyse bevat van de bestaande stedelijke economische structuur, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de in artikel 4, eerste lid, genoemde doelstellingen;
c. waarin de gemeentelijke doelstellingen inzake het vergroten van de economische kracht, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, voldoende zijn onderbouwd en worden weergegeven in termen van toetsbare resultaten, op de in artikel 4, derde tot en met achtste lid, bedoelde wijze;
d. waaruit blijkt dat de doelstellingen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en f, zijn afgestemd met de omringende gemeenten en dat een weergave bevat van deze intergemeentelijke afspraken op hoofdlijnen, en
e. dat een financiële paragraaf bevat, die inzicht geeft in de totale kosten van het realiseren van de doelstellingen en de kosten per afzonderlijk op de doelstelling geformuleerd resultaat en de daar tegenover staande financiering om de doelstellingen en resultaten te kunnen realiseren, met inbegrip van de inzet van eigen gemeentelijke middelen per afzonderlijk geformuleerd resultaat.
2. Geen subsidie wordt verstrekt voor zover voor activiteiten voortvloeiend uit het meerjaren ontwikkelingsprogramma reeds door Onze minister subsidie is verstrekt.