BWBR0018514
Geldig vanaf 2005-09-07
Artikel 24
Destructiebesluit
In afwijking van artikel 1 van de wetwordt, ter uitvoering van verordening nr. 1774/2002, voor de toepassing van artikel 12 van die wetverstaan onder:
a. hoog- of gespecificeerd-hoog-risico-materiaal: categorie 1-materiaal en categorie 2-materiaal, met uitzondering van: 1°. keukenafval en etensresten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt e, van verordening nr. 1774/2002;
2°. kadavers van gezelschapsdieren, mits de kadavers rechtstreeks als afval worden verwijderd door begraving op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van desbetreffende dode dieren, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het college van burgemeester en wethouders voor dat doel is toegelaten of overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van verordening nr. 1774/2002 worden verbrand in een op grond van artikel 12, tweede of derde lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie;
3°. kadavers van paarden, mits de kadavers overeenkomstig artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van verordening nr. 1774/2002 worden verwerkt in een op grond van artikel 12, tweede lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie;
4°. mest en de van het maagdarmkanaal gescheiden inhoud van het maagdarmkanaal;
5°. kadavers van pelsdieren, mits het kadavers betreft die overeenkomstig artikel 5, derde lid, van verordening nr. 1774/2002, worden onthuid in een op grond van artikel 10, eerste lid, van die verordening erkend intermediair categorie 2-bedrijf;
6°. dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van verordening nr. 1774/2002, mits ten aanzien van deze dierlijke bijproducten toestemming is verleend voor de in voornoemde artikelleden genoemde activiteiten overeenkomstig artikel 13, eerste en tweede lid, van dit besluit.
1°. keukenafval en etensresten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt e, van verordening nr. 1774/2002;
2°. kadavers van gezelschapsdieren, mits de kadavers rechtstreeks als afval worden verwijderd door begraving op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van desbetreffende dode dieren, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het college van burgemeester en wethouders voor dat doel is toegelaten of overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van verordening nr. 1774/2002 worden verbrand in een op grond van artikel 12, tweede of derde lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie;
3°. kadavers van paarden, mits de kadavers overeenkomstig artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van verordening nr. 1774/2002 worden verwerkt in een op grond van artikel 12, tweede lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie;
4°. mest en de van het maagdarmkanaal gescheiden inhoud van het maagdarmkanaal;
5°. kadavers van pelsdieren, mits het kadavers betreft die overeenkomstig artikel 5, derde lid, van verordening nr. 1774/2002, worden onthuid in een op grond van artikel 10, eerste lid, van die verordening erkend intermediair categorie 2-bedrijf;
6°. dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van verordening nr. 1774/2002, mits ten aanzien van deze dierlijke bijproducten toestemming is verleend voor de in voornoemde artikelleden genoemde activiteiten overeenkomstig artikel 13, eerste en tweede lid, van dit besluit.
b. laag-risico-materiaal: categorie 3-materiaal;
c. ondernemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie of aan welke door Onze Minister een erkenning als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van verordening nr. 1774/2002 is verleend.
a. hoog- of gespecificeerd-hoog-risico-materiaal: categorie 1-materiaal en categorie 2-materiaal, met uitzondering van: 1°. keukenafval en etensresten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt e, van verordening nr. 1774/2002;
2°. kadavers van gezelschapsdieren, mits de kadavers rechtstreeks als afval worden verwijderd door begraving op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van desbetreffende dode dieren, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het college van burgemeester en wethouders voor dat doel is toegelaten of overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van verordening nr. 1774/2002 worden verbrand in een op grond van artikel 12, tweede of derde lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie;
3°. kadavers van paarden, mits de kadavers overeenkomstig artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van verordening nr. 1774/2002 worden verwerkt in een op grond van artikel 12, tweede lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie;
4°. mest en de van het maagdarmkanaal gescheiden inhoud van het maagdarmkanaal;
5°. kadavers van pelsdieren, mits het kadavers betreft die overeenkomstig artikel 5, derde lid, van verordening nr. 1774/2002, worden onthuid in een op grond van artikel 10, eerste lid, van die verordening erkend intermediair categorie 2-bedrijf;
6°. dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van verordening nr. 1774/2002, mits ten aanzien van deze dierlijke bijproducten toestemming is verleend voor de in voornoemde artikelleden genoemde activiteiten overeenkomstig artikel 13, eerste en tweede lid, van dit besluit.
1°. keukenafval en etensresten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt e, van verordening nr. 1774/2002;
2°. kadavers van gezelschapsdieren, mits de kadavers rechtstreeks als afval worden verwijderd door begraving op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van desbetreffende dode dieren, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het college van burgemeester en wethouders voor dat doel is toegelaten of overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van verordening nr. 1774/2002 worden verbrand in een op grond van artikel 12, tweede of derde lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie;
3°. kadavers van paarden, mits de kadavers overeenkomstig artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van verordening nr. 1774/2002 worden verwerkt in een op grond van artikel 12, tweede lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie;
4°. mest en de van het maagdarmkanaal gescheiden inhoud van het maagdarmkanaal;
5°. kadavers van pelsdieren, mits het kadavers betreft die overeenkomstig artikel 5, derde lid, van verordening nr. 1774/2002, worden onthuid in een op grond van artikel 10, eerste lid, van die verordening erkend intermediair categorie 2-bedrijf;
6°. dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van verordening nr. 1774/2002, mits ten aanzien van deze dierlijke bijproducten toestemming is verleend voor de in voornoemde artikelleden genoemde activiteiten overeenkomstig artikel 13, eerste en tweede lid, van dit besluit.
b. laag-risico-materiaal: categorie 3-materiaal;
c. ondernemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie of aan welke door Onze Minister een erkenning als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van verordening nr. 1774/2002 is verleend.