BWBR0018514
Geldig vanaf 2005-09-07
Artikel 14
Destructiebesluit
1. De verwijdering van dierlijke bijproducten, bedoeld in artikel 24 van verordening nr. 1774/2002, geschiedt niet zonder toestemming van Onze Minister en geschiedt, voor zover van toepassing, met inachtneming van de artikelen 6, 7 en 9 van verordening nr. 811/2003.
2. De in het eerste lid bedoelde toestemming is niet vereist voor het begraven van kadavers van gezelschapsdieren, mits de kadavers rechtstreeks als afval worden verwijderd door begraving op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van desbetreffende dode dieren, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het college van burgemeester en wethouders daarvoor is toegelaten.
2. De in het eerste lid bedoelde toestemming is niet vereist voor het begraven van kadavers van gezelschapsdieren, mits de kadavers rechtstreeks als afval worden verwijderd door begraving op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van desbetreffende dode dieren, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het college van burgemeester en wethouders daarvoor is toegelaten.