BWBR0018506
Geldig vanaf 2010-09-07
Artikel 3a
Instellingsregeling Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding
1. Onverminderd het bepaalde bij en krachtens de Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2005wordt aan de NCTb mandaat verleend ten aanzien van de tot zijn beleidsterrein behorende aangelegenheden.
2. Aan de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die zijn neergelegd in een document, gericht tot:
a. de Koningin;
b. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie;
c. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;
d. de vice-president van de Raad van State;
e. de president van de Algemene Rekenkamer; of
f. de Nationale ombudsman, indien de strekking daarvan is dat aan een aanbeveling van de Nationale ombudsman geen gevolg wordt gegeven.
3. De NCTb wordt toegestaan ondermandaat te verlenen aan de rechtstreeks onder hem ressorterende functionarissen.
2. Aan de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die zijn neergelegd in een document, gericht tot:
a. de Koningin;
b. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie;
c. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;
d. de vice-president van de Raad van State;
e. de president van de Algemene Rekenkamer; of
f. de Nationale ombudsman, indien de strekking daarvan is dat aan een aanbeveling van de Nationale ombudsman geen gevolg wordt gegeven.
3. De NCTb wordt toegestaan ondermandaat te verlenen aan de rechtstreeks onder hem ressorterende functionarissen.