BWBR0018456
Geldig vanaf 2005-08-01
Artikel 4
Regeling Impuls Schoolmaatschappelijk Werk Primair Onderwijs in het kader van veiligheid en opvang risicoleerlingen
1. De subsidie die op grond van deze regeling wordt verstrekt, moet worden ingezet voor schoolmaatschappelijk werk in de school ten behoeve van het terugdringen van probleemgedrag bij risicoleerlingen en moet in overeenstemming zijn met de in artikel 2omschreven doelen. Niet of onrechtmatig bestede middelen worden na afloop van het subsidietijdvak teruggevorderd of verrekend.
2. De inhoudelijke verantwoording vindt plaats in het zorgplan. In deze verantwoording moet worden opgenomen op welke scholen schoolmaatschappelijk werk is ingezet en waarom.
3. De subsidie wordt besteed in het schooljaar 2005 - 2006, respectievelijk 2006 - 2007. In bijlage D2 bij de AVR van het jaar waarin de middelen van het bestuur van de centrale dienst in het samenwerkingsverband dan wel de middelen van het bevoegd gezag indien een bevoegd gezag alle scholen in een samenwerkingsverband in stand houdt, zijn uitgegeven, vindt ook financiële verantwoording plaats. De verklaring van de accountant bij de AVR omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie. Vanaf 1 augustus 2006 vindt de financiële verantwoording plaats in de jaarrekening.
4. Centrale diensten die geen AVR of jaarrekening indienen, zenden uiterlijk 1 november 2007 een financieel verslag in waaruit blijkt dat de subsidie in overeenstemming met deze regeling is besteed. Indien de totale subsidie op basis van deze regeling meer dan € 45.500,- bedraagt, gaat de financiële verantwoording vergezeld van een accountantsverklaring. De minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de accountantsverklaring.De documenten die op grond van dit lid moeten worden ingezonden, worden gezonden aan:
CFI/BPO/PCV, Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer.
5. Gelijktijdig met de vaststelling van de rijksvergoeding, bedoeld in het tweede lid, wordt de definitieve subsidie vastgesteld. Indien een centrale dienst geen AVR of jaarrekening inzendt, wordt de definitieve subsidie vastgesteld binnen 180 dagen na ontvangst van de documenten die op grond van het derde lid moeten worden ingezonden.
2. De inhoudelijke verantwoording vindt plaats in het zorgplan. In deze verantwoording moet worden opgenomen op welke scholen schoolmaatschappelijk werk is ingezet en waarom.
3. De subsidie wordt besteed in het schooljaar 2005 - 2006, respectievelijk 2006 - 2007. In bijlage D2 bij de AVR van het jaar waarin de middelen van het bestuur van de centrale dienst in het samenwerkingsverband dan wel de middelen van het bevoegd gezag indien een bevoegd gezag alle scholen in een samenwerkingsverband in stand houdt, zijn uitgegeven, vindt ook financiële verantwoording plaats. De verklaring van de accountant bij de AVR omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie. Vanaf 1 augustus 2006 vindt de financiële verantwoording plaats in de jaarrekening.
4. Centrale diensten die geen AVR of jaarrekening indienen, zenden uiterlijk 1 november 2007 een financieel verslag in waaruit blijkt dat de subsidie in overeenstemming met deze regeling is besteed. Indien de totale subsidie op basis van deze regeling meer dan € 45.500,- bedraagt, gaat de financiële verantwoording vergezeld van een accountantsverklaring. De minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de accountantsverklaring.De documenten die op grond van dit lid moeten worden ingezonden, worden gezonden aan:
CFI/BPO/PCV, Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer.
5. Gelijktijdig met de vaststelling van de rijksvergoeding, bedoeld in het tweede lid, wordt de definitieve subsidie vastgesteld. Indien een centrale dienst geen AVR of jaarrekening inzendt, wordt de definitieve subsidie vastgesteld binnen 180 dagen na ontvangst van de documenten die op grond van het derde lid moeten worden ingezonden.