BWBR0018455
Geldig vanaf 2005-07-19
Artikel 5
Overgangsregeling beurzenprogramma DELTA
1. Subsidie op grond van deze regeling wordt op aanvraag verleend.
2. Subsidie wordt slechts verleend indien de instelling de gedragscode heeft ondertekend en toepast.
3. Het formulier voor de subsidieaanvraag is te verkrijgen bij de Nuffic.
4. De subsidieaanvraag bevat:
a. de beleidsdoelstellingen voor positionering op de internationale onderwijsmarkt, in het bijzonder voor positionering op de onderwijsmarkt in een of meer van de doelgebieden;
b. het bedrag dat de instelling voor de individuele student heeft vastgesteld als zijnde de te toe te kennen beurs in het studiejaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft;
c. de begroting en het subsidiebedrag dat wordt aangevraagd.
5. De hoogte van het bedrag, bedoeld in het vierde lid onder b is per studiejaar:
a. voor de in artikel 2, eerste lid onder a bedoelde student tenminste gelijk aan die van het collegegeld dat de student aan de instelling verschuldigd is;
b. voor de in artikel 2, eerste lid onder b bedoelde student tenminste € 900,00.
6. Toekenning van beurzen, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a, vindt alleen plaats ten behoeve van de student die voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld aan het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, genoemd in de artikelen 3.41en 3.42 van het Vreemdelingenbesluit 2000, Stb. 2000, 497.
7. Van de verleende subsidie is maximaal 20% beschikbaar voor de toekenning van beurzen, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b.
8. De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij de Nuffic.
2. Subsidie wordt slechts verleend indien de instelling de gedragscode heeft ondertekend en toepast.
3. Het formulier voor de subsidieaanvraag is te verkrijgen bij de Nuffic.
4. De subsidieaanvraag bevat:
a. de beleidsdoelstellingen voor positionering op de internationale onderwijsmarkt, in het bijzonder voor positionering op de onderwijsmarkt in een of meer van de doelgebieden;
b. het bedrag dat de instelling voor de individuele student heeft vastgesteld als zijnde de te toe te kennen beurs in het studiejaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft;
c. de begroting en het subsidiebedrag dat wordt aangevraagd.
5. De hoogte van het bedrag, bedoeld in het vierde lid onder b is per studiejaar:
a. voor de in artikel 2, eerste lid onder a bedoelde student tenminste gelijk aan die van het collegegeld dat de student aan de instelling verschuldigd is;
b. voor de in artikel 2, eerste lid onder b bedoelde student tenminste € 900,00.
6. Toekenning van beurzen, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a, vindt alleen plaats ten behoeve van de student die voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld aan het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, genoemd in de artikelen 3.41en 3.42 van het Vreemdelingenbesluit 2000, Stb. 2000, 497.
7. Van de verleende subsidie is maximaal 20% beschikbaar voor de toekenning van beurzen, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b.
8. De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij de Nuffic.