BWBR0018455
Geldig vanaf 2005-07-19
Artikel 11
Overgangsregeling beurzenprogramma DELTA
1. Voor 1 november volgend op het studiejaar waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend bij de Nuffic.
3. Onverminderd artikel 18 van de Wet overige OCenW-subsidiesbevat de aanvraag tot subsidievaststelling van elke student die met een beurs op grond van deze regeling hoger onderwijs heeft gevolgd:
a. de vaste woon- of verblijfplaats;
b. het geslacht en de nationaliteit;
c. het met de beurs behaalde diploma of niveau;
d. het subsidiebedrag dat de instelling heeft ingezet;
e. inzake de student, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a: de naam van de niet-Nederlandse vooropleiding, en de plaats en de naam van de instelling waar deze vooropleiding is gevolgd;
f. inzake de student, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b: de plaats en naam van de andere instelling, en de naam van de opleiding;
g. het aantal maanden dat de student op grond van deze regeling hoger onderwijs heeft gevolgd.
4. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat een verantwoording inzake de beleidsdoelstellingen, bedoeld in artikel 5, vierde lid onder a.
5. Indien het verleende subsidiebedrag hoger is dan€ 50.000,00 wordt de in het eerste lid bedoelde aanvraag tot subsidievaststelling voorzien van een verklaring van een accountant, bedoeld in artikel 13 van de Wet overige OCenW-subsidies.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend bij de Nuffic.
3. Onverminderd artikel 18 van de Wet overige OCenW-subsidiesbevat de aanvraag tot subsidievaststelling van elke student die met een beurs op grond van deze regeling hoger onderwijs heeft gevolgd:
a. de vaste woon- of verblijfplaats;
b. het geslacht en de nationaliteit;
c. het met de beurs behaalde diploma of niveau;
d. het subsidiebedrag dat de instelling heeft ingezet;
e. inzake de student, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a: de naam van de niet-Nederlandse vooropleiding, en de plaats en de naam van de instelling waar deze vooropleiding is gevolgd;
f. inzake de student, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b: de plaats en naam van de andere instelling, en de naam van de opleiding;
g. het aantal maanden dat de student op grond van deze regeling hoger onderwijs heeft gevolgd.
4. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat een verantwoording inzake de beleidsdoelstellingen, bedoeld in artikel 5, vierde lid onder a.
5. Indien het verleende subsidiebedrag hoger is dan€ 50.000,00 wordt de in het eerste lid bedoelde aanvraag tot subsidievaststelling voorzien van een verklaring van een accountant, bedoeld in artikel 13 van de Wet overige OCenW-subsidies.