BWBR0018427
Geldig vanaf 2005-06-25
Artikel 9
Regeling plaatsingsprocedure P-Direkt
1. Het plaatsingsteam draagt de ambtenaar voor plaatsing voor aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. Het contingent, bedoeld in artikel 4, eerste lid, en het besluit, bedoeld in artikel 6, eerste lid, zijn uitgangspunt voor het plaatsingsteam bij het opstellen van de voordracht.
3. Het plaatsingsteam stelt de ambtenaar die zijn belangstelling kenbaar heeft gemaakt voor een nieuwe functie in de gelegenheid zijn belangstelling voor de functie mondeling toe te lichten. Bij een gesprek is ten minste één lid van het plaatsingsteam aanwezig. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt.
4. Indien het plaatsingsteam voornemens is een ambtenaar niet of voor een andere functie voor te dragen dan waarvoor belangstelling is kenbaar gemaakt, wordt die ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn opvatting hierover kenbaar te maken.
2. Het contingent, bedoeld in artikel 4, eerste lid, en het besluit, bedoeld in artikel 6, eerste lid, zijn uitgangspunt voor het plaatsingsteam bij het opstellen van de voordracht.
3. Het plaatsingsteam stelt de ambtenaar die zijn belangstelling kenbaar heeft gemaakt voor een nieuwe functie in de gelegenheid zijn belangstelling voor de functie mondeling toe te lichten. Bij een gesprek is ten minste één lid van het plaatsingsteam aanwezig. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt.
4. Indien het plaatsingsteam voornemens is een ambtenaar niet of voor een andere functie voor te dragen dan waarvoor belangstelling is kenbaar gemaakt, wordt die ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn opvatting hierover kenbaar te maken.