BWBR0018427
Geldig vanaf 2005-06-25
Artikel 4
Regeling plaatsingsprocedure P-Direkt
1. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verdeelt de formatie van P-Direkt, uitgezonderd de sleutelfuncties, in contingenten ten behoeve van ieder leverend bevoegd gezag waarbij ten behoeve van IVOP een eigen contingent wordt vastgesteld.
2. In afwijking van het eerste lid wordt ten behoeve van het bevoegd gezag van de bijzondere colleges geen eigen contingent vastgesteld.
3. De omvang van een contingent wordt bepaald op basis van de omvang van de organisatie van het leverend bevoegd gezag uitgedrukt in actieve IAR’s per 1 januari 2004.
4. Het aantal actieve IAR’s van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt verhoogd met het aantal actieve IAR’s van de bijzondere colleges.
5. In afwijking van het derde lid wordt de omvang van het contingent van IVOP zo bepaald dat de rekenkundige kans van een IVOP-fte op een plaats binnen het IVOP-contingent even groot is als de rekenkundige kans van een andere P&S-fte op een plaats binnen het desbetreffende contingent.
2. In afwijking van het eerste lid wordt ten behoeve van het bevoegd gezag van de bijzondere colleges geen eigen contingent vastgesteld.
3. De omvang van een contingent wordt bepaald op basis van de omvang van de organisatie van het leverend bevoegd gezag uitgedrukt in actieve IAR’s per 1 januari 2004.
4. Het aantal actieve IAR’s van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt verhoogd met het aantal actieve IAR’s van de bijzondere colleges.
5. In afwijking van het derde lid wordt de omvang van het contingent van IVOP zo bepaald dat de rekenkundige kans van een IVOP-fte op een plaats binnen het IVOP-contingent even groot is als de rekenkundige kans van een andere P&S-fte op een plaats binnen het desbetreffende contingent.