BWBR0018381
Geldig vanaf 2005-06-15
Artikel 3
Subsidieregeling programmafinanciering EV-beleid voor andere overheden 2006–2010
1. Een provinciaal programma kan bestaan uit de volgende projecten of activiteiten op het gebied van externe veiligheid:
a. risico-inventarisatie van risicovolle situaties;
b. externe veiligheid bij vergunningverlening en handhaving;
c. transport van gevaarlijke stoffen, zoals routering van het vervoer;
d. formulering van een structuurvisie voor het externe veiligheidsbeleid voor provincie of gemeente;
e. ruimtelijke ordening: toepassing van en rekening houden met grens-, richt- en oriëntatiewaarden op het gebied van externe veiligheid in bestemmingsplannen;
f. uitvoering van het groepsrisicobeleid en verantwoording van het groepsrisico ingevolge de artikelen 12 en 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
g. sanering: de voorbereiding van saneringen ingevolge de artikelen 17 en 18 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen en de formulering van een saneringsprogramma ingevolge artikel 19 van dat besluit;
h. risicocommunicatie ten behoeve van burgers, en
i. organisatorische versterking en professionalisering op het gebied van externe veiligheid door: 1°. structureel voorzien in de personeelsformatie ten behoeve van de structurele uitvoering van de EV-taken,
2°. verbetering en verankering van de samenwerking tussen de betrokken organisaties op het gebied van externe veiligheid,
3°. versterking van de kennis op het gebied van externe veiligheid bij gemeenten en provincies.
1°. structureel voorzien in de personeelsformatie ten behoeve van de structurele uitvoering van de EV-taken,
2°. verbetering en verankering van de samenwerking tussen de betrokken organisaties op het gebied van externe veiligheid,
3°. versterking van de kennis op het gebied van externe veiligheid bij gemeenten en provincies.
2. Het provinciaal programma:
a. beslaat de periode 2006 tot en met 2010, waarin het jaar 2006 concreet is uitgewerkt en waarin voor de jaren 2007 tot en met 2010 een meer globale doorkijk wordt gegeven, en
b. wordt elk jaar uiterlijk 1 oktober geactualiseerd, waarbij het eerstvolgende programmajaar concreet is uitgewerkt en de globale doorkijk naar de daaropvolgende jaren is geactualiseerd.
a. risico-inventarisatie van risicovolle situaties;
b. externe veiligheid bij vergunningverlening en handhaving;
c. transport van gevaarlijke stoffen, zoals routering van het vervoer;
d. formulering van een structuurvisie voor het externe veiligheidsbeleid voor provincie of gemeente;
e. ruimtelijke ordening: toepassing van en rekening houden met grens-, richt- en oriëntatiewaarden op het gebied van externe veiligheid in bestemmingsplannen;
f. uitvoering van het groepsrisicobeleid en verantwoording van het groepsrisico ingevolge de artikelen 12 en 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
g. sanering: de voorbereiding van saneringen ingevolge de artikelen 17 en 18 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen en de formulering van een saneringsprogramma ingevolge artikel 19 van dat besluit;
h. risicocommunicatie ten behoeve van burgers, en
i. organisatorische versterking en professionalisering op het gebied van externe veiligheid door: 1°. structureel voorzien in de personeelsformatie ten behoeve van de structurele uitvoering van de EV-taken,
2°. verbetering en verankering van de samenwerking tussen de betrokken organisaties op het gebied van externe veiligheid,
3°. versterking van de kennis op het gebied van externe veiligheid bij gemeenten en provincies.
1°. structureel voorzien in de personeelsformatie ten behoeve van de structurele uitvoering van de EV-taken,
2°. verbetering en verankering van de samenwerking tussen de betrokken organisaties op het gebied van externe veiligheid,
3°. versterking van de kennis op het gebied van externe veiligheid bij gemeenten en provincies.
2. Het provinciaal programma:
a. beslaat de periode 2006 tot en met 2010, waarin het jaar 2006 concreet is uitgewerkt en waarin voor de jaren 2007 tot en met 2010 een meer globale doorkijk wordt gegeven, en
b. wordt elk jaar uiterlijk 1 oktober geactualiseerd, waarbij het eerstvolgende programmajaar concreet is uitgewerkt en de globale doorkijk naar de daaropvolgende jaren is geactualiseerd.