BWBR0018367
Geldig vanaf 2005-06-10
Artikel 17
Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005
1. Binnen zeven maanden na afloop van het gemeentelijk begrotingsjaar waarin de maatregelen zijn afgerond en het daarop betrekking hebbende bedrag van de verleende subsidie in zijn geheel is besteed, dienen burgemeester en wethouders bij de minister een aanvraag tot vaststelling van de verleende subsidie in.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. een verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie;
b. een verslag dat een vergelijking bevat van de in de beschikking tot verlening van de subsidie vermelde te bereiken resultaten met de bereikte resultaten en een toelichting op de verschillen, en
c. indien de verleende subsidie een bedrag van € 50 000,– te boven gaat: 1°. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die betrekking heeft op het getrouwe beeld van de verklaring, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a, en
2°. een rapport van bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, omtrent de vraag of het registratiesysteem, bedoeld in artikel 13, derde lid, een betrouwbare registratie mogelijk heeft gemaakt van de uitvoering van de maatregelen en de realisatie van de te bereiken resultaten, bedoeld in dat artikellid, alsmede omtrent de afwijkingen tussen de aan dat registratiesysteem ontleende gegevens en de in het verslag, bedoeld onder b, opgenomen gegevens.
1°. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die betrekking heeft op het getrouwe beeld van de verklaring, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a, en
2°. een rapport van bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, omtrent de vraag of het registratiesysteem, bedoeld in artikel 13, derde lid, een betrouwbare registratie mogelijk heeft gemaakt van de uitvoering van de maatregelen en de realisatie van de te bereiken resultaten, bedoeld in dat artikellid, alsmede omtrent de afwijkingen tussen de aan dat registratiesysteem ontleende gegevens en de in het verslag, bedoeld onder b, opgenomen gegevens.
3. De minister kan een controle doen instellen op de ingevolge dit artikel verstrekte gegevens.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. een verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie;
b. een verslag dat een vergelijking bevat van de in de beschikking tot verlening van de subsidie vermelde te bereiken resultaten met de bereikte resultaten en een toelichting op de verschillen, en
c. indien de verleende subsidie een bedrag van € 50 000,– te boven gaat: 1°. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die betrekking heeft op het getrouwe beeld van de verklaring, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a, en
2°. een rapport van bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, omtrent de vraag of het registratiesysteem, bedoeld in artikel 13, derde lid, een betrouwbare registratie mogelijk heeft gemaakt van de uitvoering van de maatregelen en de realisatie van de te bereiken resultaten, bedoeld in dat artikellid, alsmede omtrent de afwijkingen tussen de aan dat registratiesysteem ontleende gegevens en de in het verslag, bedoeld onder b, opgenomen gegevens.
1°. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die betrekking heeft op het getrouwe beeld van de verklaring, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a, en
2°. een rapport van bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, omtrent de vraag of het registratiesysteem, bedoeld in artikel 13, derde lid, een betrouwbare registratie mogelijk heeft gemaakt van de uitvoering van de maatregelen en de realisatie van de te bereiken resultaten, bedoeld in dat artikellid, alsmede omtrent de afwijkingen tussen de aan dat registratiesysteem ontleende gegevens en de in het verslag, bedoeld onder b, opgenomen gegevens.
3. De minister kan een controle doen instellen op de ingevolge dit artikel verstrekte gegevens.