BWBR0018367
Geldig vanaf 2005-06-10
Artikel 10
Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005
De minister kan een aanvraag tot verlening van subsidie afwijzen of een lagere subsidie dan aangevraagd verlenen, indien:
a. de aanvraag tot verlening van subsidie geen betrekking heeft op een in onderdeel a of b van artikel 2 bedoelde situatie of niet voldoet aan een of meer van de artikelen 3 tot en met 8;
b. een zodanige subsidie naar het oordeel van de minister niet doeltreffend of doelmatig is;
c. de gemeente het bedrag van de subsidie niet binnen twee kalenderjaren, volgend op het kalenderjaar waarin de aanvraag tot verlening van de subsidie is ingediend, zal besteden;
d. het ontstaan van een knelpunt naar het oordeel van de minister mede te wijten is aan de gemeente;
e. een subsidie: 1°. niet uitsluitend zal worden besteed aan het opheffen van knelpunten, dan wel aan versnellingen;
2°. in disproportionele mate zal worden besteed aan kosten van beheer, planontwikkeling of plankosten, of
3°. zal worden besteed aan de dekking van financiële tekorten van bij het plan of project betrokken toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet of commerciële partijen;
1°. niet uitsluitend zal worden besteed aan het opheffen van knelpunten, dan wel aan versnellingen;
2°. in disproportionele mate zal worden besteed aan kosten van beheer, planontwikkeling of plankosten, of
3°. zal worden besteed aan de dekking van financiële tekorten van bij het plan of project betrokken toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet of commerciële partijen;
f. de begrote kosten, dan wel het aangevraagde bedrag van de subsidie gevoegd bij de financiële inspanningen die de gemeente voornemens is te leveren, naar het oordeel van de minister niet in overeenstemming is met de werkelijke kosten van de voorgenomen maatregelen;
g. het met gebruikmaking van de subsidie beoogde resultaat strijdig is met het ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 7 van de wet, het provinciaal beleid of het rijksbeleid, of
h. de indicatoren, bedoeld in artikel 8, onder g, naar het oordeel van de minister geen betrouwbare meting mogelijk maken van de gerealiseerde opheffing van knelpunten, dan wel de gerealiseerde versnellingen.
a. de aanvraag tot verlening van subsidie geen betrekking heeft op een in onderdeel a of b van artikel 2 bedoelde situatie of niet voldoet aan een of meer van de artikelen 3 tot en met 8;
b. een zodanige subsidie naar het oordeel van de minister niet doeltreffend of doelmatig is;
c. de gemeente het bedrag van de subsidie niet binnen twee kalenderjaren, volgend op het kalenderjaar waarin de aanvraag tot verlening van de subsidie is ingediend, zal besteden;
d. het ontstaan van een knelpunt naar het oordeel van de minister mede te wijten is aan de gemeente;
e. een subsidie: 1°. niet uitsluitend zal worden besteed aan het opheffen van knelpunten, dan wel aan versnellingen;
2°. in disproportionele mate zal worden besteed aan kosten van beheer, planontwikkeling of plankosten, of
3°. zal worden besteed aan de dekking van financiële tekorten van bij het plan of project betrokken toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet of commerciële partijen;
1°. niet uitsluitend zal worden besteed aan het opheffen van knelpunten, dan wel aan versnellingen;
2°. in disproportionele mate zal worden besteed aan kosten van beheer, planontwikkeling of plankosten, of
3°. zal worden besteed aan de dekking van financiële tekorten van bij het plan of project betrokken toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet of commerciële partijen;
f. de begrote kosten, dan wel het aangevraagde bedrag van de subsidie gevoegd bij de financiële inspanningen die de gemeente voornemens is te leveren, naar het oordeel van de minister niet in overeenstemming is met de werkelijke kosten van de voorgenomen maatregelen;
g. het met gebruikmaking van de subsidie beoogde resultaat strijdig is met het ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 7 van de wet, het provinciaal beleid of het rijksbeleid, of
h. de indicatoren, bedoeld in artikel 8, onder g, naar het oordeel van de minister geen betrouwbare meting mogelijk maken van de gerealiseerde opheffing van knelpunten, dan wel de gerealiseerde versnellingen.