BWBR0018336
Geldig vanaf 2005-06-03
Artikel 7
Regeling achterwege laten vermindering van de bekostiging bij niet-herbenoeming ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemers primair onderwijs
1. In afwijking van artikel 138, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijsen artikel 132, eerste lid, van de Wet op de expertisecentravindt geen vermindering van de bekostiging plaats indien:
a. het ontslag heeft plaatsgevonden wegens meeverhuizen met de partner;
b. het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen de verhuizing heeft aangemerkt als onvermijdelijk, en
c. het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen tevens heeft vastgesteld dat in redelijkheid niet van betrokkene verlangd kan worden om heen en weer te reizen tussen de nieuwe woonplaats en de plaats waar de vroegere dienstbetrekking werd uitgeoefend. De ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemer toont dit aan door overlegging van een uitkeringsbeschikking van het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen. Betrokkene verklaart voorts dat hij met goedkeuring van het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen is vrijgesteld van de verplichting om in de oude woonplaats en bij de ex-werkgever aangeboden vacatures te accepteren.
2. De ontheffing vervalt zodra de ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemer aan zijn ex-werkgever kenbaar maakt dat hij in verband met een nieuwe verhuizing naar een woonplaats die dichter bij één van de scholen van dit bevoegd gezag is gelegen, weer in aanmerking wil komen voor vacante betrekkingen.
3. Van deze ontheffing en de wijzigingen daarop doet het bevoegd gezag schriftelijk mededeling aan de betrokken ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemer en aan het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen.
4. Afschriften van de in het eerste lid genoemde bewijsstukken worden ten behoeve van controle door de accountant in de personeelsadministratie opgenomen.
a. het ontslag heeft plaatsgevonden wegens meeverhuizen met de partner;
b. het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen de verhuizing heeft aangemerkt als onvermijdelijk, en
c. het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen tevens heeft vastgesteld dat in redelijkheid niet van betrokkene verlangd kan worden om heen en weer te reizen tussen de nieuwe woonplaats en de plaats waar de vroegere dienstbetrekking werd uitgeoefend. De ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemer toont dit aan door overlegging van een uitkeringsbeschikking van het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen. Betrokkene verklaart voorts dat hij met goedkeuring van het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen is vrijgesteld van de verplichting om in de oude woonplaats en bij de ex-werkgever aangeboden vacatures te accepteren.
2. De ontheffing vervalt zodra de ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemer aan zijn ex-werkgever kenbaar maakt dat hij in verband met een nieuwe verhuizing naar een woonplaats die dichter bij één van de scholen van dit bevoegd gezag is gelegen, weer in aanmerking wil komen voor vacante betrekkingen.
3. Van deze ontheffing en de wijzigingen daarop doet het bevoegd gezag schriftelijk mededeling aan de betrokken ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemer en aan het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen.
4. Afschriften van de in het eerste lid genoemde bewijsstukken worden ten behoeve van controle door de accountant in de personeelsadministratie opgenomen.