BWBR0018336
Geldig vanaf 2005-06-03
Artikel 1
Regeling achterwege laten vermindering van de bekostiging bij niet-herbenoeming ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemers primair onderwijs
In afwijking van artikel 138, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijsen artikel 132, eerste lid, van de Wet op de expertisecentravindt geen vermindering van de bekostiging plaats indien wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 2, 3en 4en sprake is van één van de volgende ontslaggronden:
a. onbekwaamheid of ongeschiktheid van de ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemer voor de door hem uitgeoefende functie anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken;
b. een onherroepelijk geworden vonnis waarbij een ontslaguitkeringsgerechtigde ex- werknemer is veroordeeld tot vrijheidsstraf wegens een misdrijf;
c. ontslag of ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een van de volgende gewichtige redenen indien, met het oog op de belangen van de instelling en van het onderwijs, de mogelijkheid van benoeming in een vacature redelijkerwijs uitgesloten moet worden geacht: 1. onverenigbaarheid van karakters,
2. onherstelbaar verstoorde werkrelatie, of
3. onoplosbare verschillen van inzicht omtrent de wijze waarop de taken van de ontslaguitkeringsgerechtigde ex werknemer moeten worden uitgevoerd;
1. onverenigbaarheid van karakters,
2. onherstelbaar verstoorde werkrelatie, of
3. onoplosbare verschillen van inzicht omtrent de wijze waarop de taken van de ontslaguitkeringsgerechtigde ex werknemer moeten worden uitgevoerd;
d. ziekte of arbeidsongeschiktheid die ten minste 24 maanden heeft geduurd en binnen 6 maanden na die 24 maanden geen herstel te verwachten is of was en een functie ongeschiktheidadvies is afgegeven voor de eigen functie door het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen en voor zover het herplaatsingsonderzoek heeft uitgewezen dat herplaatsing in de eigen functie bij de eigen werkgever niet tot de mogelijkheden behoort.
a. onbekwaamheid of ongeschiktheid van de ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemer voor de door hem uitgeoefende functie anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken;
b. een onherroepelijk geworden vonnis waarbij een ontslaguitkeringsgerechtigde ex- werknemer is veroordeeld tot vrijheidsstraf wegens een misdrijf;
c. ontslag of ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een van de volgende gewichtige redenen indien, met het oog op de belangen van de instelling en van het onderwijs, de mogelijkheid van benoeming in een vacature redelijkerwijs uitgesloten moet worden geacht: 1. onverenigbaarheid van karakters,
2. onherstelbaar verstoorde werkrelatie, of
3. onoplosbare verschillen van inzicht omtrent de wijze waarop de taken van de ontslaguitkeringsgerechtigde ex werknemer moeten worden uitgevoerd;
1. onverenigbaarheid van karakters,
2. onherstelbaar verstoorde werkrelatie, of
3. onoplosbare verschillen van inzicht omtrent de wijze waarop de taken van de ontslaguitkeringsgerechtigde ex werknemer moeten worden uitgevoerd;
d. ziekte of arbeidsongeschiktheid die ten minste 24 maanden heeft geduurd en binnen 6 maanden na die 24 maanden geen herstel te verwachten is of was en een functie ongeschiktheidadvies is afgegeven voor de eigen functie door het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen en voor zover het herplaatsingsonderzoek heeft uitgewezen dat herplaatsing in de eigen functie bij de eigen werkgever niet tot de mogelijkheden behoort.