BWBR0018270
Geldig vanaf 2005-05-13
Artikel 3
Regeling T100-bussen
Een T100-bus:
a. voldoet voor wat betreft de reminrichting ten minste aan richtlijn 71/320/EEG, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn nr. 88/194/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 maart 1988 (PbEG L 92),
b. is ten minste voorzien van bevestigingspunten van autogordels overeenkomstig richtlijn 76/115/EEG, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn nr. 90/629/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 oktober 1990 (PbEG L 341),
c. is, voor die zitplaatsen die van bevestigingspunten van autogordels zijn voorzien, voorzien van autogordels overeenkomstig bijlage XV van richtlijn 77/541/EEG, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn nr. 2000/3/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 juli 1981 (PbEG L 53),
d. voldoet voor wat betreft de doorgangen en zitplaatsruimten aan hetgeen voor bussen van de klasse B of van de klasse III is bepaald in richtlijn 2001/85/EG.
a. voldoet voor wat betreft de reminrichting ten minste aan richtlijn 71/320/EEG, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn nr. 88/194/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 maart 1988 (PbEG L 92),
b. is ten minste voorzien van bevestigingspunten van autogordels overeenkomstig richtlijn 76/115/EEG, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn nr. 90/629/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 oktober 1990 (PbEG L 341),
c. is, voor die zitplaatsen die van bevestigingspunten van autogordels zijn voorzien, voorzien van autogordels overeenkomstig bijlage XV van richtlijn 77/541/EEG, zoals deze is gewijzigd bij richtlijn nr. 2000/3/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 juli 1981 (PbEG L 53),
d. voldoet voor wat betreft de doorgangen en zitplaatsruimten aan hetgeen voor bussen van de klasse B of van de klasse III is bepaald in richtlijn 2001/85/EG.