BWBR0018270
Geldig vanaf 2005-05-13
Artikel 2
Regeling T100-bussen
1. Een T100-bus voldoet aan de volgende eisen:
a. het netto maximum vermogen bedraagt tenminste 11 kW per 1.000 kg toegestane maximum massa,
b. het meetbereik van het controleapparaat is tenminste 125 km/h,
c. het draagvermogen van de banden is voldoende voor het door de fabrikant van het voertuig opgegeven draagvermogen van de as waarop zij zijn gemonteerd bij een snelheid van 100 km/h,
d. de profilering van de hoofdgroeven van de banden bedraagt over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,6 mm, met uitzondering van slijtage-indicatoren,
e. de bus is niet voorzien van staanplaatsen, en
f. na plotseling optredende schade aan een band bij de hoogste snelheid blijft de bus voldoende bestuurbaar om snel en veilig tot stilstand te worden gebracht.
2. Aan de eis, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt getoetst door tijdens het rijden met de volbeladen bus, van hetzelfde of een vergelijkbaar type voorzien van banden met dezelfde maat en draagvermogen, op een snelheid van 100 km/h, op een rijstrook met een breedte van 350 cm, één der banden van de vooras door middel van een daartoe geschikte voorziening zodanig lek te steken dat de lucht explosief uit de band verdwijnt. Direct daarna wordt de bus tot stilstand gebracht. Indien het voertuig bestuurbaar blijft en zich niet buiten de rijstrook beweegt voldoet de bus aan de in het eerste lid, onderdeel f, geformuleerde eis. Wanneer de bus is voorzien van een enkele achteras met enkele montage banden wordt deze test herhaald door een band van deze as lek te steken.
a. het netto maximum vermogen bedraagt tenminste 11 kW per 1.000 kg toegestane maximum massa,
b. het meetbereik van het controleapparaat is tenminste 125 km/h,
c. het draagvermogen van de banden is voldoende voor het door de fabrikant van het voertuig opgegeven draagvermogen van de as waarop zij zijn gemonteerd bij een snelheid van 100 km/h,
d. de profilering van de hoofdgroeven van de banden bedraagt over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,6 mm, met uitzondering van slijtage-indicatoren,
e. de bus is niet voorzien van staanplaatsen, en
f. na plotseling optredende schade aan een band bij de hoogste snelheid blijft de bus voldoende bestuurbaar om snel en veilig tot stilstand te worden gebracht.
2. Aan de eis, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt getoetst door tijdens het rijden met de volbeladen bus, van hetzelfde of een vergelijkbaar type voorzien van banden met dezelfde maat en draagvermogen, op een snelheid van 100 km/h, op een rijstrook met een breedte van 350 cm, één der banden van de vooras door middel van een daartoe geschikte voorziening zodanig lek te steken dat de lucht explosief uit de band verdwijnt. Direct daarna wordt de bus tot stilstand gebracht. Indien het voertuig bestuurbaar blijft en zich niet buiten de rijstrook beweegt voldoet de bus aan de in het eerste lid, onderdeel f, geformuleerde eis. Wanneer de bus is voorzien van een enkele achteras met enkele montage banden wordt deze test herhaald door een band van deze as lek te steken.