BWBR0018245
Geldig vanaf 2005-05-01
Artikel 1
Regeling boorddocumenten luchtvaart
De gezagvoerder van een luchtvaartuig is verplicht ervoor te zorgen dat bij elke vlucht de volgende documenten worden meegevoerd:
a. Het bewijs van inschrijving, als bedoeld in artikel 3.5, eerste of tweede lid, van de Wet luchtvaart;
b. Het bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in artikel 3.13 respectievelijk 3.20 van de Wet luchtvaart, behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 3.21 van de Wet luchtvaart;
c. De op het luchtvaartuig betrekking hebbende gebruiksbeperkingen, gebruiksaanwijzingen en gebruiksgegevens in een vorm van een vlieghandboek dat de instemming heeft van de Minister van Verkeer en Waterstaat;
d. Het bewijs van bevoegdheid als bedoeld in artikel 2.1, vierde lid, van de Wet luchtvaart;
e. Het journaal als bedoeld in artikel 98, tweede lid, van de R.T.L.;
f. Indien van toepassing: het geluidscertificaat of de geluidsverklaring als bedoeld in artikel 3.19b respectievelijk artikel 3.19c van de Wet luchtvaart;
g. Indien het luchtvaartuig is uitgerust met radioapparatuur: het bewijs aanwijzing radiostation.
a. Het bewijs van inschrijving, als bedoeld in artikel 3.5, eerste of tweede lid, van de Wet luchtvaart;
b. Het bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in artikel 3.13 respectievelijk 3.20 van de Wet luchtvaart, behoudens in gevallen als bedoeld in artikel 3.21 van de Wet luchtvaart;
c. De op het luchtvaartuig betrekking hebbende gebruiksbeperkingen, gebruiksaanwijzingen en gebruiksgegevens in een vorm van een vlieghandboek dat de instemming heeft van de Minister van Verkeer en Waterstaat;
d. Het bewijs van bevoegdheid als bedoeld in artikel 2.1, vierde lid, van de Wet luchtvaart;
e. Het journaal als bedoeld in artikel 98, tweede lid, van de R.T.L.;
f. Indien van toepassing: het geluidscertificaat of de geluidsverklaring als bedoeld in artikel 3.19b respectievelijk artikel 3.19c van de Wet luchtvaart;
g. Indien het luchtvaartuig is uitgerust met radioapparatuur: het bewijs aanwijzing radiostation.