BWBR0018238
Geldig vanaf 2006-08-05
Artikel 5
Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid
1. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente dient binnen acht weken na inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag tot verlening van de uitkering in.
2. De aanvraag gaat vergezeld van het meerjaren ontwikkelingsprogramma waarin de gemeenteraad de in de GSB III periode te bereiken resultaten heeft vastgelegd.
3. Een aanvraag tot verlening van de drie brede doeluitkeringen van het Grotestedenbeleid die door het college van burgemeester en wethouders voor de inwerkingtreding van dit besluit is ingediend, wordt mede als een aanvraag tot verlening van de uitkering aangemerkt.
4. Het college van burgemeester en wethouders dient voor 15 april 2007 een aanvraag in tot verlening van het aandeel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel Q. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
5. Het college van burgemeester en wethouders dient voor 15 december van het komende kalenderjaar een aanvraag in tot verlening van het aandeel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel R. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
2. De aanvraag gaat vergezeld van het meerjaren ontwikkelingsprogramma waarin de gemeenteraad de in de GSB III periode te bereiken resultaten heeft vastgelegd.
3. Een aanvraag tot verlening van de drie brede doeluitkeringen van het Grotestedenbeleid die door het college van burgemeester en wethouders voor de inwerkingtreding van dit besluit is ingediend, wordt mede als een aanvraag tot verlening van de uitkering aangemerkt.
4. Het college van burgemeester en wethouders dient voor 15 april 2007 een aanvraag in tot verlening van het aandeel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel Q. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
5. Het college van burgemeester en wethouders dient voor 15 december van het komende kalenderjaar een aanvraag in tot verlening van het aandeel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel R. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.