BWBR0018209
Geldig vanaf 2008-05-11
Artikel 5
Subsidieregeling kinderopvang
Voor projectsubsidie in het kalenderjaar 2009 komen uitsluitend projecten in aanmerking die passen binnen de in artikel 2genoemde doelstellingen en betrekking hebben op de volgende thema’s:
a. bevordering van de kwaliteit van de kinderopvang, in het bijzonder gericht op: 1°. verbetering van de pedagogische kwaliteit;
2°. verbetering van interactievaardigheden van pedagogische medewerkers;
3°. verbetering van de kwaliteit van de opvang van baby’s en de opvang in verticale groepen;
4°. verbetering van de kwaliteit van de inrichting, meubilering, materiaal en ruimtegebruik afgestemd op de behoeften van kinderen;
5°. verbetering van de mogelijkheden voor pedagogische supervisie en ondersteuning op de werkvloer.
1°. verbetering van de pedagogische kwaliteit;
2°. verbetering van interactievaardigheden van pedagogische medewerkers;
3°. verbetering van de kwaliteit van de opvang van baby’s en de opvang in verticale groepen;
4°. verbetering van de kwaliteit van de inrichting, meubilering, materiaal en ruimtegebruik afgestemd op de behoeften van kinderen;
5°. verbetering van de mogelijkheden voor pedagogische supervisie en ondersteuning op de werkvloer.
b. stimulering van samenwerking tussen kinderopvangcentra en peuterspeelzalen, anders dan het aanbieden van voorschoolse educatie of vroegschoolse educatie, in het bijzonder gericht op: 1°. stimulering van de ontwikkeling van kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop zij kunnen deelnemen aan het basisonderwijs;
2°. verhoging van de kwaliteit van de opvang in de peuterspeelzaal of het kinderopvangcentrum;
3°. voorkoming van segregatie-effecten casu quo het bevorderen van integratie tussen kinderen met verschillende (culturele) achtergronden;
4°. een betere benutting van de personele capaciteit van de samenwerkende partners;
5°. het ontwikkelen van mogelijkheden tot gezamenlijke exploitatie en gebruik van ruimtes voor kinderopvang en peuterspeelzaalwerk;
6°. meer flexibiliteit respectievelijk variëteit in het opvangaanbod.
1°. stimulering van de ontwikkeling van kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop zij kunnen deelnemen aan het basisonderwijs;
2°. verhoging van de kwaliteit van de opvang in de peuterspeelzaal of het kinderopvangcentrum;
3°. voorkoming van segregatie-effecten casu quo het bevorderen van integratie tussen kinderen met verschillende (culturele) achtergronden;
4°. een betere benutting van de personele capaciteit van de samenwerkende partners;
5°. het ontwikkelen van mogelijkheden tot gezamenlijke exploitatie en gebruik van ruimtes voor kinderopvang en peuterspeelzaalwerk;
6°. meer flexibiliteit respectievelijk variëteit in het opvangaanbod.
a. bevordering van de kwaliteit van de kinderopvang, in het bijzonder gericht op: 1°. verbetering van de pedagogische kwaliteit;
2°. verbetering van interactievaardigheden van pedagogische medewerkers;
3°. verbetering van de kwaliteit van de opvang van baby’s en de opvang in verticale groepen;
4°. verbetering van de kwaliteit van de inrichting, meubilering, materiaal en ruimtegebruik afgestemd op de behoeften van kinderen;
5°. verbetering van de mogelijkheden voor pedagogische supervisie en ondersteuning op de werkvloer.
1°. verbetering van de pedagogische kwaliteit;
2°. verbetering van interactievaardigheden van pedagogische medewerkers;
3°. verbetering van de kwaliteit van de opvang van baby’s en de opvang in verticale groepen;
4°. verbetering van de kwaliteit van de inrichting, meubilering, materiaal en ruimtegebruik afgestemd op de behoeften van kinderen;
5°. verbetering van de mogelijkheden voor pedagogische supervisie en ondersteuning op de werkvloer.
b. stimulering van samenwerking tussen kinderopvangcentra en peuterspeelzalen, anders dan het aanbieden van voorschoolse educatie of vroegschoolse educatie, in het bijzonder gericht op: 1°. stimulering van de ontwikkeling van kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop zij kunnen deelnemen aan het basisonderwijs;
2°. verhoging van de kwaliteit van de opvang in de peuterspeelzaal of het kinderopvangcentrum;
3°. voorkoming van segregatie-effecten casu quo het bevorderen van integratie tussen kinderen met verschillende (culturele) achtergronden;
4°. een betere benutting van de personele capaciteit van de samenwerkende partners;
5°. het ontwikkelen van mogelijkheden tot gezamenlijke exploitatie en gebruik van ruimtes voor kinderopvang en peuterspeelzaalwerk;
6°. meer flexibiliteit respectievelijk variëteit in het opvangaanbod.
1°. stimulering van de ontwikkeling van kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop zij kunnen deelnemen aan het basisonderwijs;
2°. verhoging van de kwaliteit van de opvang in de peuterspeelzaal of het kinderopvangcentrum;
3°. voorkoming van segregatie-effecten casu quo het bevorderen van integratie tussen kinderen met verschillende (culturele) achtergronden;
4°. een betere benutting van de personele capaciteit van de samenwerkende partners;
5°. het ontwikkelen van mogelijkheden tot gezamenlijke exploitatie en gebruik van ruimtes voor kinderopvang en peuterspeelzaalwerk;
6°. meer flexibiliteit respectievelijk variëteit in het opvangaanbod.