BWBR0018209
Geldig vanaf 2008-05-11
Artikel 4a
Subsidieregeling kinderopvang
1. Een projectsubsidie wordt slechts verleend, indien de subsidieaanvrager:
a. aannemelijk heeft gemaakt dat zijn financiële middelen, met inbegrip van de projectsubsidie, voldoende zijn om de voorgenomen activiteiten, bedoeld in artikel 4, derde lid, onder b, uit te voeren;
b. een zodanige werkwijze toepast dat redelijkerwijs mag worden verwacht, dat de met de projectsubsidie beoogde doeleinden zullen worden bereikt;
c. geen reële mogelijkheden heeft om op andere wijze de benodigde gelden te verkrijgen;
d. aannemelijk heeft gemaakt dat de subsidiabele activiteiten voldoende kunnen worden beïnvloed in kwalitatieve en kwantitatieve zin.
2. Een projectsubsidie wordt in ieder geval geweigerd indien naar het oordeel van de Minister:
a. de aanvraag of het voor subsidie aangemelde project niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
b. onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de uitvoering van het project te maken kosten;
c. sprake is van overschrijding van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 5a, tweede lid.
3. Een projectsubsidie wordt voorts geweigerd bij meer dan één aanvraag tot subsidieverlening van dezelfde aanvrager.
4. Indien de subsidieaanvrager voor dezelfde subsidiabele activiteiten tevens subsidie van een ander bestuursorgaan heeft aangevraagd of ontvangt, dan wel in verband daarmee van anderen inkomsten verwerft, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, en wordt met die andere subsidies of inkomsten rekening gehouden bij de subsidieverstrekking.
a. aannemelijk heeft gemaakt dat zijn financiële middelen, met inbegrip van de projectsubsidie, voldoende zijn om de voorgenomen activiteiten, bedoeld in artikel 4, derde lid, onder b, uit te voeren;
b. een zodanige werkwijze toepast dat redelijkerwijs mag worden verwacht, dat de met de projectsubsidie beoogde doeleinden zullen worden bereikt;
c. geen reële mogelijkheden heeft om op andere wijze de benodigde gelden te verkrijgen;
d. aannemelijk heeft gemaakt dat de subsidiabele activiteiten voldoende kunnen worden beïnvloed in kwalitatieve en kwantitatieve zin.
2. Een projectsubsidie wordt in ieder geval geweigerd indien naar het oordeel van de Minister:
a. de aanvraag of het voor subsidie aangemelde project niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
b. onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de uitvoering van het project te maken kosten;
c. sprake is van overschrijding van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 5a, tweede lid.
3. Een projectsubsidie wordt voorts geweigerd bij meer dan één aanvraag tot subsidieverlening van dezelfde aanvrager.
4. Indien de subsidieaanvrager voor dezelfde subsidiabele activiteiten tevens subsidie van een ander bestuursorgaan heeft aangevraagd of ontvangt, dan wel in verband daarmee van anderen inkomsten verwerft, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, en wordt met die andere subsidies of inkomsten rekening gehouden bij de subsidieverstrekking.