BWBR0018189
Geldig vanaf 2005-04-17
Artikel 2
Besluit aanwijzing toezichthouders spoorwegen
1. De directeur-generaal Mobiliteit en de onder hem werkzame ambtenaren worden aangewezen als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 12 tot en met 14en hoofdstuk II van de Wet personenvervoer 2000, voor zover dit betrekking heeft op concessies verleend door onze Minister voor het openbaar vervoer per trein.
2. In afwijking van het eerste lid worden de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport aangewezen als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de inhoud van het vervoerplan, bedoeld in artikel 35a van de Wet personenvervoer 2000, voor zover het betreft de beschrijving in het vervoerplan van de beveiligingsmaatregelen die genomen worden voor treinen die vanuit Nederland door de Kanaaltunnel gaan rijden.
2. In afwijking van het eerste lid worden de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport aangewezen als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de inhoud van het vervoerplan, bedoeld in artikel 35a van de Wet personenvervoer 2000, voor zover het betreft de beschrijving in het vervoerplan van de beveiligingsmaatregelen die genomen worden voor treinen die vanuit Nederland door de Kanaaltunnel gaan rijden.