BWBR0018185
Geldig vanaf 2005-07-29
Artikel 7
Regeling indicatiecriteria en aanmeldingsformulier leerlinggebonden financiering
1. Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen, onverminderd artikel 10, indien op basis van psychodiagnostisch onderzoek dat individueel is afgenomen en rekening houdt met de kenmerken van de leerling, is vastgesteld een intelligentiequotiënt lager dan 60, niet zijnde een diepe of ernstige stoornis als bedoeld in artikel 10, eerste lid.
2. Een leerling is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, indien:
a. op basis van psychodiagnostisch onderzoek dat individueel is afgenomen en rekening houdt met de kenmerken van de leerling, is vastgesteld een intelligentiequotiënt tussen 59 en 70;
b. voor leerlingen tot en met 7 jaar een stoornis is vastgesteld, indien van toepassing volgens het classificatiesysteem DSM-IV of ICD-10, die de beperking, bedoeld onder c, ernstig negatief beïnvloed;
c. sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: 1º een leerachterstand of het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder f; en
2º een zeer geringe sociale redzaamheid als bedoeld in artikel 12 onder c, en
1º een leerachterstand of het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder f; en
2º een zeer geringe sociale redzaamheid als bedoeld in artikel 12 onder c, en
c. de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld in artikel 13 onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning, bedoeld in artikel 13, deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.
3. Een leerling is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, indien uit een verklaring van een arts blijkt dat er bij de leerling sprake is van het syndroom van Down.
2. Een leerling is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, indien:
a. op basis van psychodiagnostisch onderzoek dat individueel is afgenomen en rekening houdt met de kenmerken van de leerling, is vastgesteld een intelligentiequotiënt tussen 59 en 70;
b. voor leerlingen tot en met 7 jaar een stoornis is vastgesteld, indien van toepassing volgens het classificatiesysteem DSM-IV of ICD-10, die de beperking, bedoeld onder c, ernstig negatief beïnvloed;
c. sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: 1º een leerachterstand of het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder f; en
2º een zeer geringe sociale redzaamheid als bedoeld in artikel 12 onder c, en
1º een leerachterstand of het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder f; en
2º een zeer geringe sociale redzaamheid als bedoeld in artikel 12 onder c, en
c. de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld in artikel 13 onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning, bedoeld in artikel 13, deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.
3. Een leerling is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, indien uit een verklaring van een arts blijkt dat er bij de leerling sprake is van het syndroom van Down.