BWBR0018061
Geldig vanaf 2005-03-18
Artikel 5
Mandaatbesluit personele en financiële aangelegenheden directeuren 2005 van 28 februari 2005
1. De directeuren, respectievelijk Hoofd BOH, zijn, met inachtneming van het hiervoor bepaalde in artikel 3, tot een maximum van € 300.000 en, in geval van het aangaan van verplichtingen boven € 15.000 na raadpleging van de afdeling Inkoop, bevoegd om financiële verplichtingen aan te gaan, met inachtneming van het in het managementcontract toegekende budget en, acht slaande op het bepaalde in lid 2, het aan hen toegekende deel van het projectenbudget.
2. Het mandaat als bedoeld in lid 1 omvat niet de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het inhuren van externen op het gebied van ICT ten behoeve van ICT-projecten. Voor het inhuren van deze externen is de directeur GC ICT bevoegd om, met inachtneming van het projectenbudget, financiële verplichtingen aan te gaan.
3. Het mandaat als bedoeld in lid 1 omvat voor de andere directeuren dan de directeur GCICT, respectievelijk Hoofd BOH, niet de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het aanschaffen van ICT-apparatuur en ICT- software. De directeur GCICT is bevoegd om in overleg met de directeur Bedrijfsvoering in verband met het door laatstgenoemde beheerde budget voor ICT-apparatuur en ICT-software, in het kader van de overeengekomen dienstverlening door GCICT aan de andere directies, respectievelijk BOH, de hierop betrekking hebbende financiële verplichtingen aan te gaan.
4. Het mandaat als bedoeld in lid 1 omvat niet de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden. Deze bevoegdheid blijft bij de hoofddirectie.
5. Tot 1 januari 2007 is van de uitoefening van het mandaat als bedoeld in lid 1 het inhuren van externen voor interim management, organisatieadvies, communicatieadvies en voor beleidsadvies uitgesloten. Deze bevoegdheid blijft tot dat moment bij de hoofddirectie.
2. Het mandaat als bedoeld in lid 1 omvat niet de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het inhuren van externen op het gebied van ICT ten behoeve van ICT-projecten. Voor het inhuren van deze externen is de directeur GC ICT bevoegd om, met inachtneming van het projectenbudget, financiële verplichtingen aan te gaan.
3. Het mandaat als bedoeld in lid 1 omvat voor de andere directeuren dan de directeur GCICT, respectievelijk Hoofd BOH, niet de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het aanschaffen van ICT-apparatuur en ICT- software. De directeur GCICT is bevoegd om in overleg met de directeur Bedrijfsvoering in verband met het door laatstgenoemde beheerde budget voor ICT-apparatuur en ICT-software, in het kader van de overeengekomen dienstverlening door GCICT aan de andere directies, respectievelijk BOH, de hierop betrekking hebbende financiële verplichtingen aan te gaan.
4. Het mandaat als bedoeld in lid 1 omvat niet de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden. Deze bevoegdheid blijft bij de hoofddirectie.
5. Tot 1 januari 2007 is van de uitoefening van het mandaat als bedoeld in lid 1 het inhuren van externen voor interim management, organisatieadvies, communicatieadvies en voor beleidsadvies uitgesloten. Deze bevoegdheid blijft tot dat moment bij de hoofddirectie.