BWBR0018061
Geldig vanaf 2005-03-18
Artikel 4
Mandaatbesluit personele en financiële aangelegenheden directeuren 2005 van 28 februari 2005
In geval van beroep tegen een door de desbetreffende directeur, respectievelijk Hoofd BOH, genomen beslissing op bezwaar of een besluit van een onder die directeur, respectievelijk Hoofd BOH, ressorterende functionaris, is de directeur, respectievelijk Hoofd BOH, bevoegd om:
a. in naam van de Minister van Justitie hoger beroep in te stellen tegen de uitspraak van de rechtbank, ter zake van die uitspraak een verzoek in te dienen tot het treffen van een voorlopige voorziening en of een verzoek in te dienen tot herziening van die uitspraak;
b. als gemachtigde van de Minister van Justitie op te treden of een gemachtigde van de Minister van Justitie aan te wijzen.
a. in naam van de Minister van Justitie hoger beroep in te stellen tegen de uitspraak van de rechtbank, ter zake van die uitspraak een verzoek in te dienen tot het treffen van een voorlopige voorziening en of een verzoek in te dienen tot herziening van die uitspraak;
b. als gemachtigde van de Minister van Justitie op te treden of een gemachtigde van de Minister van Justitie aan te wijzen.