BWBR0017995
Geldig vanaf 2005-03-30
Artikel 7
Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht
1. Indien de rechthebbende gebruik wil maken van zijn recht op waardeoverdracht, dient hij binnen twee maanden na ontvangst van de opgave of voorlopige opgave, bedoeld in artikel 4, en, indien van toepassing, artikel 3, tweede lid, een verzoek tot waardeoverdracht in bij het overnemende uitvoeringsorgaan.
2. Pensioenaanspraken die door de rechthebbende zijn of worden verkregen op grond van de FVP-bijdrage, worden geacht inbegrepen te zijn in het verzoek, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien de rechthebbende gehuwd is, moet de echtgenoot verklaren in te stemmen met het verzoek tot waardeoverdracht met betrekking tot het nabestaandenpensioen.
4. Indien de echtgenoot niet instemt met het verzoek tot waardeoverdracht met betrekking tot het nabestaandenpensioen, is artikel 8, zesde lid, van de wethierop van overeenkomstige toepassing.
2. Pensioenaanspraken die door de rechthebbende zijn of worden verkregen op grond van de FVP-bijdrage, worden geacht inbegrepen te zijn in het verzoek, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien de rechthebbende gehuwd is, moet de echtgenoot verklaren in te stemmen met het verzoek tot waardeoverdracht met betrekking tot het nabestaandenpensioen.
4. Indien de echtgenoot niet instemt met het verzoek tot waardeoverdracht met betrekking tot het nabestaandenpensioen, is artikel 8, zesde lid, van de wethierop van overeenkomstige toepassing.