BWBR0017971
Geldig vanaf 2005-02-10
Artikel 4
Regeling vliegtoelage ambtenaar-vlieger
1. De ambtenaar-vlieger, die de hoedanigheid van inspecteurvlieger of testvlieger tijdelijk dan wel blijvend verliest, waarbij dit verlies niet aan grove nalatigheid of opzet is te wijten, behoudt aanspraak op de volgende vliegtoelage tenzij de gronden genoemd in de artikelen 90en 91 van het Algemeen Rijksambtenarenreglementvan toepassing zijn:
a. 1°. gedurende 36 maanden 100% van de vliegtoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin de tijdelijke onderbreking is ingegaan, nadat ten minste 10 jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst het beroep van ambtenaar-vlieger of het beroep van vlieger heeft uitgeoefend;
2°. gedurende 24 maanden 100% van de vliegtoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin de tijdelijke onderbreking is ingegaan, nadat 5 tot 10 jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst het beroep van ambtenaar-vlieger of het beroep van vlieger heeft uitgeoefend;
3°. gedurende 12 maanden 100% van de vliegtoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin de tijdelijke onderbreking is ingegaan, nadat 1 tot 5 jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst het beroep van ambtenaar-vlieger of het beroep van vlieger heeft uitgeoefend;
1°. gedurende 36 maanden 100% van de vliegtoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin de tijdelijke onderbreking is ingegaan, nadat ten minste 10 jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst het beroep van ambtenaar-vlieger of het beroep van vlieger heeft uitgeoefend;
2°. gedurende 24 maanden 100% van de vliegtoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin de tijdelijke onderbreking is ingegaan, nadat 5 tot 10 jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst het beroep van ambtenaar-vlieger of het beroep van vlieger heeft uitgeoefend;
3°. gedurende 12 maanden 100% van de vliegtoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin de tijdelijke onderbreking is ingegaan, nadat 1 tot 5 jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst het beroep van ambtenaar-vlieger of het beroep van vlieger heeft uitgeoefend;
b. vervolgens gedurende het eerste, het tweede en het derde jaar nadat de periode genoemd onder a is beëindigd: een bedrag gelijk aan respectievelijk 75%, 50% en 25% van de verworven vliegtoelage.
2. De ambtenaar-vlieger, die 50 jaar of ouder en langer dan 10 jaar in het genot van de vliegtoelage is, behoudt zijn vliegtoelage, indien hij als gevolg van belemmeringen in de uitoefening van zijn functie van ambtenaar-vlieger die functie niet of niet volledig meer kan uitoefenen.
3. Indien de Inspecteur-Generaal de ambtenaar-vlieger verplicht de vliegvaardigheid op een type vliegtuig te onderhouden dan wel andere werkzaamheden opdraagt, waardoor de ambtenaar-vlieger in een lagere categorie vliegtoelage terechtkomt, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
a. 1°. gedurende 36 maanden 100% van de vliegtoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin de tijdelijke onderbreking is ingegaan, nadat ten minste 10 jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst het beroep van ambtenaar-vlieger of het beroep van vlieger heeft uitgeoefend;
2°. gedurende 24 maanden 100% van de vliegtoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin de tijdelijke onderbreking is ingegaan, nadat 5 tot 10 jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst het beroep van ambtenaar-vlieger of het beroep van vlieger heeft uitgeoefend;
3°. gedurende 12 maanden 100% van de vliegtoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin de tijdelijke onderbreking is ingegaan, nadat 1 tot 5 jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst het beroep van ambtenaar-vlieger of het beroep van vlieger heeft uitgeoefend;
1°. gedurende 36 maanden 100% van de vliegtoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin de tijdelijke onderbreking is ingegaan, nadat ten minste 10 jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst het beroep van ambtenaar-vlieger of het beroep van vlieger heeft uitgeoefend;
2°. gedurende 24 maanden 100% van de vliegtoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin de tijdelijke onderbreking is ingegaan, nadat 5 tot 10 jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst het beroep van ambtenaar-vlieger of het beroep van vlieger heeft uitgeoefend;
3°. gedurende 12 maanden 100% van de vliegtoelage waarop aanspraak bestond in de maand waarin de tijdelijke onderbreking is ingegaan, nadat 1 tot 5 jaren zijn verstreken vanaf het moment dat betrokkene voor het eerst het beroep van ambtenaar-vlieger of het beroep van vlieger heeft uitgeoefend;
b. vervolgens gedurende het eerste, het tweede en het derde jaar nadat de periode genoemd onder a is beëindigd: een bedrag gelijk aan respectievelijk 75%, 50% en 25% van de verworven vliegtoelage.
2. De ambtenaar-vlieger, die 50 jaar of ouder en langer dan 10 jaar in het genot van de vliegtoelage is, behoudt zijn vliegtoelage, indien hij als gevolg van belemmeringen in de uitoefening van zijn functie van ambtenaar-vlieger die functie niet of niet volledig meer kan uitoefenen.
3. Indien de Inspecteur-Generaal de ambtenaar-vlieger verplicht de vliegvaardigheid op een type vliegtuig te onderhouden dan wel andere werkzaamheden opdraagt, waardoor de ambtenaar-vlieger in een lagere categorie vliegtoelage terechtkomt, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.