BWBR0017965
Geldig vanaf 24-02-2005
Artikel 3
Beleidsregels vaststelling arbeidsgehandicapte
1. Indien het in artikel 2 bedoelde verzoek niet door de werknemer zelf wordt gedaan, gaat het vergezeld van een door de werknemer ondertekende en gedateerde verklaring die inhoudt dat hij het UWV toestemming geeft vast te stellen dat hij arbeidsgehandicapte is.
2. De vaststelling vindt niet plaats indien de werknemer de gegeven toestemming intrekt.
3. Het UWV herroept een besluit tot vaststelling dat een werknemer arbeidsgehandicapte is, indien deze tijdig tegen dat besluit bezwaar maakt op de grond dat hij voor die vaststelling geen toestemming heeft gegeven, of dat hij de gegeven toestemming intrekt.
4. Buiten het geval als bedoeld in het derde lid trekt het UWV een besluit tot vaststelling dat een werknemer arbeidsgehandicapte is op diens verzoek in, indien blijkt dat hij:
a. voor die vaststelling geen toestemming heeft gegeven; of
b. wegens bijzondere omstandigheden in redelijkheid niet aan de gegeven toestemming kan worden gehouden.
2. De vaststelling vindt niet plaats indien de werknemer de gegeven toestemming intrekt.
3. Het UWV herroept een besluit tot vaststelling dat een werknemer arbeidsgehandicapte is, indien deze tijdig tegen dat besluit bezwaar maakt op de grond dat hij voor die vaststelling geen toestemming heeft gegeven, of dat hij de gegeven toestemming intrekt.
4. Buiten het geval als bedoeld in het derde lid trekt het UWV een besluit tot vaststelling dat een werknemer arbeidsgehandicapte is op diens verzoek in, indien blijkt dat hij:
a. voor die vaststelling geen toestemming heeft gegeven; of
b. wegens bijzondere omstandigheden in redelijkheid niet aan de gegeven toestemming kan worden gehouden.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017965
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl