BWBR0017965
Geldig vanaf 24-02-2005
Artikel 2
Beleidsregels vaststelling arbeidsgehandicapte
1. De werknemer of werkgever die het UWV verzoekt vast te stellen of de werknemer arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet Rea, doet dit verzoek vergezeld gaan van een advies van de arbodienst dat de medisch-arbeidskundige beoordeling bevat op grond waarvan het UWV kan vaststellen dat de werknemer in verband met ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verkrijgen of verrichten van arbeid.
2. Het advies van de arbodienst vermeldt of beschrijft in elk geval:
a. de aard van de deskundigheid van de opsteller(s);
b. de ziekte of gebreken waarvan bij de werknemer sprake is;
c. de functionele beperkingen waartoe deze ziekte of gebreken leiden;
d. het structurele karakter van die beperkingen.
3. Voor zover van toepassing wordt in het advies vermeld en toegelicht:
a. dat de werknemer in verband met ziekte of gebreken een aanzienlijk verhoogd risico heeft op ernstige gezondheidsklachten binnen vijf jaar;
b. dat de werknemer als gevolg van zijn beperkingen evident minder dan 75% van een normale voltijdsfunctie kan vervullen;
c. dat voor de werknemer voorzieningen als bedoeld in artikel 31 van de Wet Rea vereist zijn voor het verrichten van normale functies;
d. welke voorzieningen of maatregelen noodzakelijk en voldoende zijn om de werknemer in staat te stellen de eigen arbeid of andere arbeid in het bedrijf van de werkgever te verrichten.
4. Indien de werknemer naar verwachting niet in staat kan worden gesteld tot het verrichten van de eigen arbeid of andere arbeid in het bedrijf van de werkgever, wordt in het advies vermeld en toegelicht:
a. tot het verrichten van welke arbeid de werknemer wel in staat kan worden gesteld;
b. welke voorzieningen of maatregelen daarvoor noodzakelijk en voldoende zijn;
c. of die voorzieningen en maatregelen zijn te realiseren binnen een normale werkomgeving;
d. over welk beroepsperspectief en welke arbeidsmarktkwalificaties de werknemer beschikt.
5. Indien een probleemanalyse of een plan van aanpak zijn opgesteld, worden deze, met de eventuele evaluaties en bijstellingen, bij het advies gevoegd.
2. Het advies van de arbodienst vermeldt of beschrijft in elk geval:
a. de aard van de deskundigheid van de opsteller(s);
b. de ziekte of gebreken waarvan bij de werknemer sprake is;
c. de functionele beperkingen waartoe deze ziekte of gebreken leiden;
d. het structurele karakter van die beperkingen.
3. Voor zover van toepassing wordt in het advies vermeld en toegelicht:
a. dat de werknemer in verband met ziekte of gebreken een aanzienlijk verhoogd risico heeft op ernstige gezondheidsklachten binnen vijf jaar;
b. dat de werknemer als gevolg van zijn beperkingen evident minder dan 75% van een normale voltijdsfunctie kan vervullen;
c. dat voor de werknemer voorzieningen als bedoeld in artikel 31 van de Wet Rea vereist zijn voor het verrichten van normale functies;
d. welke voorzieningen of maatregelen noodzakelijk en voldoende zijn om de werknemer in staat te stellen de eigen arbeid of andere arbeid in het bedrijf van de werkgever te verrichten.
4. Indien de werknemer naar verwachting niet in staat kan worden gesteld tot het verrichten van de eigen arbeid of andere arbeid in het bedrijf van de werkgever, wordt in het advies vermeld en toegelicht:
a. tot het verrichten van welke arbeid de werknemer wel in staat kan worden gesteld;
b. welke voorzieningen of maatregelen daarvoor noodzakelijk en voldoende zijn;
c. of die voorzieningen en maatregelen zijn te realiseren binnen een normale werkomgeving;
d. over welk beroepsperspectief en welke arbeidsmarktkwalificaties de werknemer beschikt.
5. Indien een probleemanalyse of een plan van aanpak zijn opgesteld, worden deze, met de eventuele evaluaties en bijstellingen, bij het advies gevoegd.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017965
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl