BWBR0017959
Geldig vanaf 2024-02-01
Artikel 18b
Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
1. Bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006685/artikel/3a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3a, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers</a>, zorgt het COA ervoor dat:
a. minderjarige kinderen van asielzoekers of minderjarige asielzoekers worden gehuisvest bij hun ouders, bij hun ongehuwde broers of zussen of bij de volwassene die krachtens het recht of de praktijk van Nederland voor hen verantwoordelijk is, mits het in het belang van de betrokken minderjarige is;
b. afhankelijke volwassen asielzoekers met bijzondere opvangbehoeften in de regel worden ondergebracht bij volwassen nauwe verwanten die zich reeds in Nederland bevinden en die volgens het recht of de praktijk voor hen verantwoordelijk zijn;
c. alleenstaande minderjarige vreemdelingen worden ondergebracht: 1°. bij volwassen bloedverwanten;
2°. in een pleeggezin;
3°. in speciale opvangvoorzieningen voor minderjarigen; of
4°. in andere huisvesting die geschikt is voor minderjarigen.
1°. bij volwassen bloedverwanten;
2°. in een pleeggezin;
3°. in speciale opvangvoorzieningen voor minderjarigen; of
4°. in andere huisvesting die geschikt is voor minderjarigen.
2. In afwijking van het eerste lid, onder c, mogen alleenstaande minderjarigen die ten minste 16 jaar oud zijn in opvangvoorzieningen voor meerderjarige asielzoekers worden ondergebracht, indien dit in hun belang is.
3. Voor zover mogelijk worden broers en zussen bij elkaar gehuisvest, rekening houdend met het belang van de betrokken minderjarige en in het bijzonder met zijn leeftijd en maturiteit.
a. minderjarige kinderen van asielzoekers of minderjarige asielzoekers worden gehuisvest bij hun ouders, bij hun ongehuwde broers of zussen of bij de volwassene die krachtens het recht of de praktijk van Nederland voor hen verantwoordelijk is, mits het in het belang van de betrokken minderjarige is;
b. afhankelijke volwassen asielzoekers met bijzondere opvangbehoeften in de regel worden ondergebracht bij volwassen nauwe verwanten die zich reeds in Nederland bevinden en die volgens het recht of de praktijk voor hen verantwoordelijk zijn;
c. alleenstaande minderjarige vreemdelingen worden ondergebracht: 1°. bij volwassen bloedverwanten;
2°. in een pleeggezin;
3°. in speciale opvangvoorzieningen voor minderjarigen; of
4°. in andere huisvesting die geschikt is voor minderjarigen.
1°. bij volwassen bloedverwanten;
2°. in een pleeggezin;
3°. in speciale opvangvoorzieningen voor minderjarigen; of
4°. in andere huisvesting die geschikt is voor minderjarigen.
2. In afwijking van het eerste lid, onder c, mogen alleenstaande minderjarigen die ten minste 16 jaar oud zijn in opvangvoorzieningen voor meerderjarige asielzoekers worden ondergebracht, indien dit in hun belang is.
3. Voor zover mogelijk worden broers en zussen bij elkaar gehuisvest, rekening houdend met het belang van de betrokken minderjarige en in het bijzonder met zijn leeftijd en maturiteit.