BWBR0017931
Geldig vanaf 2005-02-05
Artikel 4
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2005
1. De algemeen directeur is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, overeenkomsten aan te gaan en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met het werkterrein van de Arbeidsinspectie, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of de inspecteur-generaal.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden van de algemeen directeur omvatten in elk geval mandaat en machtiging ten aanzien van de volgende aangelegenheden:
a. beslissingen in bezwaarprocedures voor zover deze betrekking hebben op zijn verantwoordelijkheden of werkterrein;
b. de in artikel 3, eerste lid, onder d, genoemde personeelsaangelegenheden;
c. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze klachten betrekking hebben op gedragingen van onder hem functionerende functionarissen.
3. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan is beperkt tot overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 20.000,– per overeenkomst, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst:
a. overeenkomsten welke gebaseerd zijn op een mantelovereenkomst;
b. overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers van de Arbeidsinspectie;
c. overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht;
d. arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht;
e. overeenkomsten met betrekking tot raden en commissies;
f. overeenkomsten met betrekking tot onderzoek;
g. overeenkomsten met betrekking tot incidentele beleidsinformatievoorziening, met uitzondering van overeenkomsten met het Centraal bureau voor de statistiek.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden van de algemeen directeur omvatten in elk geval mandaat en machtiging ten aanzien van de volgende aangelegenheden:
a. beslissingen in bezwaarprocedures voor zover deze betrekking hebben op zijn verantwoordelijkheden of werkterrein;
b. de in artikel 3, eerste lid, onder d, genoemde personeelsaangelegenheden;
c. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze klachten betrekking hebben op gedragingen van onder hem functionerende functionarissen.
3. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan is beperkt tot overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 20.000,– per overeenkomst, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst:
a. overeenkomsten welke gebaseerd zijn op een mantelovereenkomst;
b. overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers van de Arbeidsinspectie;
c. overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht;
d. arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht;
e. overeenkomsten met betrekking tot raden en commissies;
f. overeenkomsten met betrekking tot onderzoek;
g. overeenkomsten met betrekking tot incidentele beleidsinformatievoorziening, met uitzondering van overeenkomsten met het Centraal bureau voor de statistiek.