BWBR0017931
Geldig vanaf 2005-02-05
Artikel 3
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2005
1. De algemeen directeur is verantwoordelijk voor:
a. het door tussenkomst van de inspecteur-generaal adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van het werkterrein van de Arbeidsinspectie en het attenderen van hen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten;
b. het coördineren van de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de Arbeidsinspectie met de beleidsontwikkeling en -uitvoering van andere onderdelen van het ministerie en van andere ministeries;
c. het zorgdragen voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering, met uitzondering van de vaststelling van de formatie, voor periodieke evaluatie daarvan en voor planning en bewaking van de productie van de Arbeidsinspectie;
d. de personeelsaangelegenheden van de onder hem ressorterende functionarissen, met inbegrip van de uitvoering van het arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid, voor zover dit niet ingevolge artikel 4, vierde lid, onder d tot en met g, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004 is voorbehouden aan de secretaris-generaal;
e. het zorgdragen voor de administratieve en financiële afhandeling van de uitvoering van de eigen personeelsaangelegenheden, voor zover deze niet is opgedragen aan anderen zoals de directie Personeel, Organisatie en Informatie, de directie Financieel-Economische Zaken, de directie Gemeenschappelijke Ondersteuning Bedrijfsvoering en de Stichting Pensioenfonds ABP;
f. de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van de Arbeidsinspectie, voor zover het niet gaat om centraal georganiseerde werkgeversverplichtingen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, onder b, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004;
g. het op orde hebben van de administratieve organisatie en informatiebeveiliging;
h. het formuleren, vaststellen en uitvoeren van jaarplannen en vierjarige inspectieplannen voor de Arbeidsinspectie binnen de door de inspecteur-generaal vastgestelde uitgangspunten;
i. het rapporteren aan de inspecteur-generaal over de uitvoering van de jaarplannen en vierjarige inspectieplannen voor de Arbeidsinspectie;
j. het opstellen van jaarverslagen en inspectierapportages binnen de door de inspecteur-generaal vastgestelde uitgangspunten;
k. de verspreiding van de jaarverslagen en inspectierapportgages, alsmede voorlichting ten aanzien van de daarin opgenomen bevindingen, nadat de inspecteur-generaal van het jaarverslag en de inspectierapportage kennis heeft kunnen nemen;
l. het zorgdragen voor de vastlegging van de organisatie van de Arbeidsinspectie en de daarbinnen geldende mandaten, volmachten en machtigingen in een eigen organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit voor de Arbeidsinspectie;
m. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht, voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van onder hem ressorterende functionarissen.
2. De algemeen directeur van de Arbeidsinspectie is tevens bekleed met de functies van:
a. Directeur-generaal van de Arbeid;
b. Hoofdingenieur-Directeur van de Dienst voor het Stoomwezen;
c. Hoofdingenieur-Districtshoofd van de Dienst voor het Stoomwezen;
d. Districtshoofd van de Inspectie van de havenarbeid.
De algemeen directeur draagt er uit hoofde van deze functies zorg voor dat de taken die bij en krachtens de wet aan deze functionarissen zijn opgedragen, binnen de Arbeidsinspectie worden uitgevoerd, een en ander voor zover deze passen binnen het kader van de taken van de Arbeidsinspectie. Hij oefent uit hoofde van die functies de bevoegdheden uit die bij en krachtens de wet aan de deze functionarissen zijn verleend, een en ander voor zover deze passen binnen het kader van de taken van de Arbeidsinspectie.
a. het door tussenkomst van de inspecteur-generaal adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van het werkterrein van de Arbeidsinspectie en het attenderen van hen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten;
b. het coördineren van de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de Arbeidsinspectie met de beleidsontwikkeling en -uitvoering van andere onderdelen van het ministerie en van andere ministeries;
c. het zorgdragen voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering, met uitzondering van de vaststelling van de formatie, voor periodieke evaluatie daarvan en voor planning en bewaking van de productie van de Arbeidsinspectie;
d. de personeelsaangelegenheden van de onder hem ressorterende functionarissen, met inbegrip van de uitvoering van het arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid, voor zover dit niet ingevolge artikel 4, vierde lid, onder d tot en met g, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004 is voorbehouden aan de secretaris-generaal;
e. het zorgdragen voor de administratieve en financiële afhandeling van de uitvoering van de eigen personeelsaangelegenheden, voor zover deze niet is opgedragen aan anderen zoals de directie Personeel, Organisatie en Informatie, de directie Financieel-Economische Zaken, de directie Gemeenschappelijke Ondersteuning Bedrijfsvoering en de Stichting Pensioenfonds ABP;
f. de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van de Arbeidsinspectie, voor zover het niet gaat om centraal georganiseerde werkgeversverplichtingen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, onder b, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004;
g. het op orde hebben van de administratieve organisatie en informatiebeveiliging;
h. het formuleren, vaststellen en uitvoeren van jaarplannen en vierjarige inspectieplannen voor de Arbeidsinspectie binnen de door de inspecteur-generaal vastgestelde uitgangspunten;
i. het rapporteren aan de inspecteur-generaal over de uitvoering van de jaarplannen en vierjarige inspectieplannen voor de Arbeidsinspectie;
j. het opstellen van jaarverslagen en inspectierapportages binnen de door de inspecteur-generaal vastgestelde uitgangspunten;
k. de verspreiding van de jaarverslagen en inspectierapportgages, alsmede voorlichting ten aanzien van de daarin opgenomen bevindingen, nadat de inspecteur-generaal van het jaarverslag en de inspectierapportage kennis heeft kunnen nemen;
l. het zorgdragen voor de vastlegging van de organisatie van de Arbeidsinspectie en de daarbinnen geldende mandaten, volmachten en machtigingen in een eigen organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit voor de Arbeidsinspectie;
m. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht, voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van onder hem ressorterende functionarissen.
2. De algemeen directeur van de Arbeidsinspectie is tevens bekleed met de functies van:
a. Directeur-generaal van de Arbeid;
b. Hoofdingenieur-Directeur van de Dienst voor het Stoomwezen;
c. Hoofdingenieur-Districtshoofd van de Dienst voor het Stoomwezen;
d. Districtshoofd van de Inspectie van de havenarbeid.
De algemeen directeur draagt er uit hoofde van deze functies zorg voor dat de taken die bij en krachtens de wet aan deze functionarissen zijn opgedragen, binnen de Arbeidsinspectie worden uitgevoerd, een en ander voor zover deze passen binnen het kader van de taken van de Arbeidsinspectie. Hij oefent uit hoofde van die functies de bevoegdheden uit die bij en krachtens de wet aan de deze functionarissen zijn verleend, een en ander voor zover deze passen binnen het kader van de taken van de Arbeidsinspectie.