BWBR0017865
Geldig vanaf 01-06-2005
Artikel 18
Nieuwe Regeling Stimuleringssubsidies
1. Bij de formulering van het advies over de toekenning van een subsidie dient het bevoegde adviesorgaan zich te baseren op de door de aanvrager verstrekte gegevens, documentatie, het beeldmateriaal en eventuele aanvullende informatie, de door de aanvrager getoonde kunstwerken en, voorzover van toepassing, het verslag van het atelierbezoek en de resultaten van eerder toegekende subsidies.
2. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een startstipendium dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties. Indien het bevoegd adviesorgaan twijfelt over de artistieke prestaties kunnen aspecten van het cultureel ondernemerschap in positieve zin in de beoordeling worden betrokken.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
4. Indien het bevoegde adviesorgaan de in artikel 2 lid 1 bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht dan brengt zij een positief advies uit.
5. Bij de beoordeling van aanvragen voor een bijdrage werkbudget dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de artistieke prestaties van de aanvrager in samenhang met het plan zoals bedoeld in artikel 2, lid 2. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in de beoordeling betrokken.
6. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde prestaties in samenhang met het plan van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
7. Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager in samenhang met het plan wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit.
Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
8. Bij de beoordeling van aanvragen voor een praktijksubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de artistieke prestaties van de aanvrager zoals bedoeld in artikel 2 lid 1.
Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
9. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag voor een praktijksubsidie.
10. Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit over de aanvraag voor een praktijksubsidie.
2. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een startstipendium dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de in artikel 2 lid 1 bedoelde artistieke prestaties. Indien het bevoegd adviesorgaan twijfelt over de artistieke prestaties kunnen aspecten van het cultureel ondernemerschap in positieve zin in de beoordeling worden betrokken.
3. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
4. Indien het bevoegde adviesorgaan de in artikel 2 lid 1 bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht dan brengt zij een positief advies uit.
5. Bij de beoordeling van aanvragen voor een bijdrage werkbudget dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de artistieke prestaties van de aanvrager in samenhang met het plan zoals bedoeld in artikel 2, lid 2. Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in de beoordeling betrokken.
6. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde prestaties in samenhang met het plan van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
7. Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het vijfde lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager in samenhang met het plan wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit.
Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
8. Bij de beoordeling van aanvragen voor een praktijksubsidie dient het bevoegd adviesorgaan een oordeel te geven over de artistieke prestaties van de aanvrager zoals bedoeld in artikel 2 lid 1.
Aspecten van het cultureel ondernemerschap worden in positieve zin in de beoordeling betrokken.
9. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag voor een praktijksubsidie.
10. Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het negende lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit over de aanvraag voor een praktijksubsidie.
- Citeren als
- Art. 18
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017865
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl