BWBR0017838
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 4
Uitvoeringsbesluit WWIK
1. De in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de WWIKgenoemde bedragen worden naar evenredigheid verlaagd, indien de kunstenaar geen werkzaamheden als kunstenaar heeft verricht gedurende een gedeelte van de periode van twaalf kalendermaanden onmiddellijk voorafgaand aan respectievelijk de dertiende, vijfentwintigste of zevenendertigste uitkeringsmaand wegens ziekte of deelname aan door de adviserende instelling of het college aangeboden beroepskwalificerende scholing van tenminste een aaneengesloten periode van vier weken.
2. Voor het vaststellen van de periode van ziekte, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
3. Het college kan de kunstenaar die, als gevolg van op de ontwikkeling van de beroepspraktijk gerichte activiteiten die het verwerven van inkomen hebben belemmerd, niet kan voldoen aan de eis, bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de WWIK, gedurende de totale looptijd van de WWIKeenmalig op zijn verzoek ontheffing van die eis verlenen. De kunstenaar doet hiertoe zo spoedig mogelijk een met redenen omkleed verzoek aan het college.
4. De ontheffing, bedoeld in het derde lid, wordt niet verleend, indien het niet hebben voldaan aan de van toepassing zijnde eis, bedoeld in artikel 11, aanhef en eerste lid, onderdeel b, van de WWIK, het gevolg is van het naar het oordeel van het college onverantwoord handelen of nalaten van de kunstenaar.
2. Voor het vaststellen van de periode van ziekte, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
3. Het college kan de kunstenaar die, als gevolg van op de ontwikkeling van de beroepspraktijk gerichte activiteiten die het verwerven van inkomen hebben belemmerd, niet kan voldoen aan de eis, bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de WWIK, gedurende de totale looptijd van de WWIKeenmalig op zijn verzoek ontheffing van die eis verlenen. De kunstenaar doet hiertoe zo spoedig mogelijk een met redenen omkleed verzoek aan het college.
4. De ontheffing, bedoeld in het derde lid, wordt niet verleend, indien het niet hebben voldaan aan de van toepassing zijnde eis, bedoeld in artikel 11, aanhef en eerste lid, onderdeel b, van de WWIK, het gevolg is van het naar het oordeel van het college onverantwoord handelen of nalaten van de kunstenaar.