BWBR0017816
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 32
Rijkssubsidieregeling jeugdzorg
1. De Ministers kunnen voor projectuitkeringen subsidieplafonds vaststellen. Bij deze vaststelling kan, in afwijking van artikel 34, eerste lid, worden bepaald dat, met het oog op de onderlinge afweging van de aanvragen, de aanvragen voor een daarbij te bepalen datum moeten zijn ingediend.
2. Bij de verdeling van het beschikbare bedrag geven de Ministers voorrang aan die aanvragen waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van meer belang is voor het beleid en meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de uitkering.
3. De ministers kunnen projectuitkeringen verlenen die zich uitstrekken over meer dan één kalenderjaar
2. Bij de verdeling van het beschikbare bedrag geven de Ministers voorrang aan die aanvragen waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van meer belang is voor het beleid en meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de uitkering.
3. De ministers kunnen projectuitkeringen verlenen die zich uitstrekken over meer dan één kalenderjaar