BWBR0017816
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 26
Rijkssubsidieregeling jeugdzorg
1. Binnen vier maanden na afloop van de periode of het project waarvoor subsidie is verleend, dient de instelling een aanvraag in voor de subsidievaststelling bij de Ministers door indiening bij de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. het verslag, bedoeld in artikel 20, eerste lid;
b. een subsidiedeclaratie;
c. de jaarrekening(en).
3. Indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de instelling te vertegenwoordigen gaat de aanvraag bovendien vergezeld van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend.
4. Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.
5. Een jaarrekening behoeft niet te worden ingezonden als het gaat om een projectsubsidie of een subsidie aan een publiekrechtelijke rechtspersoon.
6. De Ministers kunnen vrijstelling of ontheffing verlenen van de in het eerste lid, genoemde termijn.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. het verslag, bedoeld in artikel 20, eerste lid;
b. een subsidiedeclaratie;
c. de jaarrekening(en).
3. Indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de instelling te vertegenwoordigen gaat de aanvraag bovendien vergezeld van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend.
4. Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.
5. Een jaarrekening behoeft niet te worden ingezonden als het gaat om een projectsubsidie of een subsidie aan een publiekrechtelijke rechtspersoon.
6. De Ministers kunnen vrijstelling of ontheffing verlenen van de in het eerste lid, genoemde termijn.