BWBR0017793
Geldig vanaf 2011-05-03
Artikel 2
Regeling kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas
1. In de registratie, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998, worden de volgende kwaliteitsindicatoren opgenomen:
a. de jaarlijkse uitvalduur;
b. de gemiddelde onderbrekingsduur;
c. de onderbrekingsfrequentie.
2. In de registratie, bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de Gaswet, worden de volgende kwaliteitsindicatoren opgenomen:
a. de kwaliteitsindicatoren, bedoeld het eerste lid;
b. het aantal voorvallen dat de dood of letsel van een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu heeft veroorzaakt dat aan de Onderzoeksraad voor veiligheid is gemeld op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid;
c. het aantal voorvallen dat gevaar voor de dood of letsel van een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu in het leven heeft geroepen dat aan de Onderzoeksraad voor veiligheid is gemeld op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid;
d. de gemiddelde aanrijdtijd bij een storing;
e. het aantal door de netbeheerder vastgestelde lekken in het gastransportnet;
f. het aantal door de netbeheerder vastgestelde lekken in de aansluitingen.
3. Bij de registratie van de kwaliteitsindicatoren, bedoeld in het tweede lid, onderdelen e en f, maakt de netbeheerder onderscheid tussen lekken die een onmiddellijk gevaar opleveren voor personen en objecten en overige lekken.
4. In afwijking van het tweede lid, onderdelen a en d, wordt door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Gaswetals kwaliteitsindicatoren opgenomen:
a. het aantal transportonderbrekingen, zijnde het aantal keren dat voor een netgebruiker gedurende bepaalde tijd geen transport van gas kon worden verricht of dat een netgebruiker gedurende bepaald tijd door lage druk geen gebruik kon maken van het verrichte gastransport, met uitzondering van transportonderbrekingen die aan de netgebruiker kunnen worden toegerekend;
b. de gemiddelde tijdsduur voor het veiligstellen van een storing.
5. De kwaliteitsindicatoren betreffen de gegevens over het desbetreffende jaar van registratie.
a. de jaarlijkse uitvalduur;
b. de gemiddelde onderbrekingsduur;
c. de onderbrekingsfrequentie.
2. In de registratie, bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de Gaswet, worden de volgende kwaliteitsindicatoren opgenomen:
a. de kwaliteitsindicatoren, bedoeld het eerste lid;
b. het aantal voorvallen dat de dood of letsel van een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu heeft veroorzaakt dat aan de Onderzoeksraad voor veiligheid is gemeld op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid;
c. het aantal voorvallen dat gevaar voor de dood of letsel van een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu in het leven heeft geroepen dat aan de Onderzoeksraad voor veiligheid is gemeld op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid;
d. de gemiddelde aanrijdtijd bij een storing;
e. het aantal door de netbeheerder vastgestelde lekken in het gastransportnet;
f. het aantal door de netbeheerder vastgestelde lekken in de aansluitingen.
3. Bij de registratie van de kwaliteitsindicatoren, bedoeld in het tweede lid, onderdelen e en f, maakt de netbeheerder onderscheid tussen lekken die een onmiddellijk gevaar opleveren voor personen en objecten en overige lekken.
4. In afwijking van het tweede lid, onderdelen a en d, wordt door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Gaswetals kwaliteitsindicatoren opgenomen:
a. het aantal transportonderbrekingen, zijnde het aantal keren dat voor een netgebruiker gedurende bepaalde tijd geen transport van gas kon worden verricht of dat een netgebruiker gedurende bepaald tijd door lage druk geen gebruik kon maken van het verrichte gastransport, met uitzondering van transportonderbrekingen die aan de netgebruiker kunnen worden toegerekend;
b. de gemiddelde tijdsduur voor het veiligstellen van een storing.
5. De kwaliteitsindicatoren betreffen de gegevens over het desbetreffende jaar van registratie.