BWBR0017793
Geldig vanaf 2011-05-03
Artikel 14
Regeling kwaliteitsaspecten netbeheer elektriciteit en gas
1. De netbeheerder raamt steeds in de oneven kalenderjaren voor de komende tien jaren de totale behoefte aan capaciteit voor het transport van elektriciteit voor netten met een spanning van 25 kV of meer of van gas voor gastransportnetten met een druk van 200 mbar of meer.
2. De raming van de netbeheerder, bedoeld in het eerste lid, berust voor de eerste drie jaren op een door hem daartoe vastgestelde procedure met daarin:
a. de methode van ramen;
b. een schets van de ontwikkeling van meerdere scenario’s die de totale capaciteitsbehoefte prognosticeren;
c. een uitwerking op hoofdlijnen van het scenario waarvan het meest waarschijnlijk is dat het zich zal verwezenlijken;
d. een indicatie van de te hanteren uitgangspunten en de daarbij behorende vooronderstellingen die aan de scenario’s, bedoeld in onderdeel b, ten grondslag liggen;
e. een analyse voor het bepalen van de betrouwbaarheid van de raming;
f. een analyse van de wijze waarop de netbeheerder omgaat met het risico dat zich uiteindelijk een ander scenario verwezenlijkt dan door hem is geprognosticeerd;
g. een methode voor het bepalen van capaciteitsknelpunten.
3. Bij de raming, bedoeld in het eerste lid, die op een procedure, bedoeld in het tweede lid, berust maakt de netbeheerder gebruik van:
a. de ingediende capaciteitsvraag en, voor zover dat niet mogelijk is of tot een evident onjuiste raming leidt, van onderbouwde schattingen;
b. de capaciteitsvraag die is gerealiseerd ten opzichte van de vorige raming.
4. De uitwerking van het meest waarschijnlijke scenario, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, omvat in ieder geval een motivering van de netbeheerder voor de keuze van dat scenario als meest waarschijnlijke, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de invloed van de ingediende, eventueel geschatte en eerder gerealiseerde capaciteitsvraag op die keuze.
5. De uitwerking van een methode voor het bepalen van capaciteitsknelpunten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, richt zich in ieder geval op:
a. de wijze waarop een verband wordt gelegd tussen het bepalen van een capaciteitsknelpunt en een ontwikkelingsscenario;
b. de waarschijnlijkheid waarmee, de termijn waarbinnen en de omstandigheden waaronder een capaciteitsknelpunt zich naar verwachting voordoet.
6. De netbeheerder stemt de indicatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, af met de netbeheerders van andere netten waarmee zijn net verbonden is, en voor zover van toepassing, in het bijzonder met de netbeheerder van het landelijk net.
7. In afwijking van het tweede lid, berust de raming van de netbeheerder van het landelijk net voor de eerste vijf jaren op een door hem daartoe vastgestelde procedure die voldoet aan de eisen, bedoeld in het tweede lid.
2. De raming van de netbeheerder, bedoeld in het eerste lid, berust voor de eerste drie jaren op een door hem daartoe vastgestelde procedure met daarin:
a. de methode van ramen;
b. een schets van de ontwikkeling van meerdere scenario’s die de totale capaciteitsbehoefte prognosticeren;
c. een uitwerking op hoofdlijnen van het scenario waarvan het meest waarschijnlijk is dat het zich zal verwezenlijken;
d. een indicatie van de te hanteren uitgangspunten en de daarbij behorende vooronderstellingen die aan de scenario’s, bedoeld in onderdeel b, ten grondslag liggen;
e. een analyse voor het bepalen van de betrouwbaarheid van de raming;
f. een analyse van de wijze waarop de netbeheerder omgaat met het risico dat zich uiteindelijk een ander scenario verwezenlijkt dan door hem is geprognosticeerd;
g. een methode voor het bepalen van capaciteitsknelpunten.
3. Bij de raming, bedoeld in het eerste lid, die op een procedure, bedoeld in het tweede lid, berust maakt de netbeheerder gebruik van:
a. de ingediende capaciteitsvraag en, voor zover dat niet mogelijk is of tot een evident onjuiste raming leidt, van onderbouwde schattingen;
b. de capaciteitsvraag die is gerealiseerd ten opzichte van de vorige raming.
4. De uitwerking van het meest waarschijnlijke scenario, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, omvat in ieder geval een motivering van de netbeheerder voor de keuze van dat scenario als meest waarschijnlijke, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de invloed van de ingediende, eventueel geschatte en eerder gerealiseerde capaciteitsvraag op die keuze.
5. De uitwerking van een methode voor het bepalen van capaciteitsknelpunten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, richt zich in ieder geval op:
a. de wijze waarop een verband wordt gelegd tussen het bepalen van een capaciteitsknelpunt en een ontwikkelingsscenario;
b. de waarschijnlijkheid waarmee, de termijn waarbinnen en de omstandigheden waaronder een capaciteitsknelpunt zich naar verwachting voordoet.
6. De netbeheerder stemt de indicatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, af met de netbeheerders van andere netten waarmee zijn net verbonden is, en voor zover van toepassing, in het bijzonder met de netbeheerder van het landelijk net.
7. In afwijking van het tweede lid, berust de raming van de netbeheerder van het landelijk net voor de eerste vijf jaren op een door hem daartoe vastgestelde procedure die voldoet aan de eisen, bedoeld in het tweede lid.