BWBR0017777
Geldig vanaf 30-01-2005
Artikel 4
Verordening heffing scholing en vorming ondernemingsraadsleden 2005
1. Het UWV doet zo spoedig mogelijk na het verstrijken van elke maand van het jaar 2005 aan de Raad een opgave van het totaal van de in die maand verzonden heffingsaanslagen, alsmede van het totaal van de in die maand ontvangen heffingsbedragen. Tevens doet het opgave van de in die maand wegens oninbaarheid afgeboekte heffingsbedragen.
2. Tegelijk met de in het vorige lid bedoelde maandelijkse opgave draagt het UWV het gesaldeerde bedrag aan de Raad af.
3. Na het verstrijken van het jaar 2005 legt het UWV aan de Raad een door een accountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, gewaarmerkte rekening en verantwoording over. Deze gewaarmerkte rekening en verantwoording bevat ten minste een opgave van de ingevolge deze verordening in dat jaar verzonden heffingen, de ontvangen heffingen, gesplitst naar dat jaar en de vorige jaren en de aan de Raad afgedragen heffingsbedragen.
2. Tegelijk met de in het vorige lid bedoelde maandelijkse opgave draagt het UWV het gesaldeerde bedrag aan de Raad af.
3. Na het verstrijken van het jaar 2005 legt het UWV aan de Raad een door een accountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, gewaarmerkte rekening en verantwoording over. Deze gewaarmerkte rekening en verantwoording bevat ten minste een opgave van de ingevolge deze verordening in dat jaar verzonden heffingen, de ontvangen heffingen, gesplitst naar dat jaar en de vorige jaren en de aan de Raad afgedragen heffingsbedragen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017777
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl