BWBR0017777
Geldig vanaf 30-01-2005
Artikel 3
Verordening heffing scholing en vorming ondernemingsraadsleden 2005
1. De heffing wordt namens de Raad geïnd door het UWV .
2. Het UWV ontvangt daartoe van de Bestuurskamer een nominatieve opgave van de bij het UWV als werkgever geregistreerde, naar het oordeel van de Bestuurskamer heffingsplichtige ondernemers.
3. Ter inning van de door deze ondernemers verschuldigde heffingen zendt het UWV hun een gespecificeerde heffingsaanslag, waarin mede zijn aangegeven de grond van de heffing alsmede de termijn binnen welke betaling moet geschieden.
4. De heffing wordt zo spoedig mogelijk in 2005 opgelegd op basis van het geschatte loon voor premieberekening. De afrekening vindt plaats in 2006 op basis van het definitief vastgestelde loon voor bedoelde premieberekening.
5. Indien een premieheffingssystematiek van afdracht op aangifte wordt gehanteerd kan de heffing maandelijks worden opgelegd.
2. Het UWV ontvangt daartoe van de Bestuurskamer een nominatieve opgave van de bij het UWV als werkgever geregistreerde, naar het oordeel van de Bestuurskamer heffingsplichtige ondernemers.
3. Ter inning van de door deze ondernemers verschuldigde heffingen zendt het UWV hun een gespecificeerde heffingsaanslag, waarin mede zijn aangegeven de grond van de heffing alsmede de termijn binnen welke betaling moet geschieden.
4. De heffing wordt zo spoedig mogelijk in 2005 opgelegd op basis van het geschatte loon voor premieberekening. De afrekening vindt plaats in 2006 op basis van het definitief vastgestelde loon voor bedoelde premieberekening.
5. Indien een premieheffingssystematiek van afdracht op aangifte wordt gehanteerd kan de heffing maandelijks worden opgelegd.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017777
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl