BWBR0017771
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 8
Regeling financiering en administratieve uitvoeringsvoorschriften WWIK
1. De adviserende instelling declareert de uitvoeringskosten over een kalenderjaar bij het Rijk door middel van een kostenopgave.
2. De kostenopgave en de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 51, tweede lid, van de WWIK, worden uiterlijk op 1 mei van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop deze betrekking hebben door de minister ontvangen.
3. De kostenopgave wordt ingericht overeenkomstig het model van bijlage 2bij deze regeling.
4. De verklaring van de accountant wordt ingericht overeenkomstig het model van bijlage 3bij deze regeling. Het onderzoek dat resulteert in de verklaring wordt uitgevoerd overeenkomstig het als bijlage 4bij deze regeling opgenomen controle- en rapportageprotocol.
5. Indien de kostenopgave en de daarop betrekking hebbende verklaring niet op de in het tweede lid genoemde datum zijn ontvangen, kan de minister met ingang van de achtste maand van het lopende vergoedingsjaar de betaling van de maandvoorschotten opschorten.
2. De kostenopgave en de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 51, tweede lid, van de WWIK, worden uiterlijk op 1 mei van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop deze betrekking hebben door de minister ontvangen.
3. De kostenopgave wordt ingericht overeenkomstig het model van bijlage 2bij deze regeling.
4. De verklaring van de accountant wordt ingericht overeenkomstig het model van bijlage 3bij deze regeling. Het onderzoek dat resulteert in de verklaring wordt uitgevoerd overeenkomstig het als bijlage 4bij deze regeling opgenomen controle- en rapportageprotocol.
5. Indien de kostenopgave en de daarop betrekking hebbende verklaring niet op de in het tweede lid genoemde datum zijn ontvangen, kan de minister met ingang van de achtste maand van het lopende vergoedingsjaar de betaling van de maandvoorschotten opschorten.