BWBR0017740
Geldig vanaf 2008-10-27
Artikel 17
Besluit aanwijzing ambtenaren VROM-regelgeving
De inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de door hem daartoe aangewezen onder zijn bevelen werkzame ambtenaren van die inspectie zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
– de Wet bodembescherming, voor zover het betreft het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk IV, paragrafen 5.1, 5.3 en 5.4, met betrekking tot rijkswateren en het vervoer van stoffen die de bodem kunnen verontreinigen;
– de Wet milieubeheer, voor zover het betreft: a. gevaarlijke afvalstoffen,
b. inrichtingen die behoren tot categorieën die zijn genoemd in bijlage I, onder C, onder 2.1, onder a, 3.1 tot en met 3.5, 4.1, onder a, 5 en 14.1, voor zover het spoorwegemplacementen betreft, van het Besluit omgevingsrecht, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake vervoer van stoffen en preparaten bevoegd zijn, of
c. hetgeen bepaald is bij of krachtens de titels 9.2, 9.3, 9.3a, 11A.1 en 12.3 en paragraaf 10.6.3;
a. gevaarlijke afvalstoffen,
b. inrichtingen die behoren tot categorieën die zijn genoemd in bijlage I, onder C, onder 2.1, onder a, 3.1 tot en met 3.5, 4.1, onder a, 5 en 14.1, voor zover het spoorwegemplacementen betreft, van het Besluit omgevingsrecht, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake vervoer van stoffen en preparaten bevoegd zijn, of
c. hetgeen bepaald is bij of krachtens de titels 9.2, 9.3, 9.3a, 11A.1 en 12.3 en paragraaf 10.6.3;
– de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
– hoofdstuk III van de Wet explosieven voor civiel gebruik, met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 11;
– de EG-verordening PRTR;
– de EG-verordening registratie, evaluatie, en autorisatie van chemische stoffen;
– de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels.
– de Wet bodembescherming, voor zover het betreft het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk IV, paragrafen 5.1, 5.3 en 5.4, met betrekking tot rijkswateren en het vervoer van stoffen die de bodem kunnen verontreinigen;
– de Wet milieubeheer, voor zover het betreft: a. gevaarlijke afvalstoffen,
b. inrichtingen die behoren tot categorieën die zijn genoemd in bijlage I, onder C, onder 2.1, onder a, 3.1 tot en met 3.5, 4.1, onder a, 5 en 14.1, voor zover het spoorwegemplacementen betreft, van het Besluit omgevingsrecht, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake vervoer van stoffen en preparaten bevoegd zijn, of
c. hetgeen bepaald is bij of krachtens de titels 9.2, 9.3, 9.3a, 11A.1 en 12.3 en paragraaf 10.6.3;
a. gevaarlijke afvalstoffen,
b. inrichtingen die behoren tot categorieën die zijn genoemd in bijlage I, onder C, onder 2.1, onder a, 3.1 tot en met 3.5, 4.1, onder a, 5 en 14.1, voor zover het spoorwegemplacementen betreft, van het Besluit omgevingsrecht, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake vervoer van stoffen en preparaten bevoegd zijn, of
c. hetgeen bepaald is bij of krachtens de titels 9.2, 9.3, 9.3a, 11A.1 en 12.3 en paragraaf 10.6.3;
– de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
– hoofdstuk III van de Wet explosieven voor civiel gebruik, met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 11;
– de EG-verordening PRTR;
– de EG-verordening registratie, evaluatie, en autorisatie van chemische stoffen;
– de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels.