BWBR0017740
Geldig vanaf 2008-10-27
Artikel 1
Besluit aanwijzing ambtenaren VROM-regelgeving
1. Deze regeling vindt mede haar grondslag in de <a href="/wet/BWBR0024779" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>, de <a href="/wet/BWBR0020449" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet ruimtelijke ordening</a>en de <a href="/wet/BWBR0007168" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet belastingen op milieugrondslag</a>.
2. De directeur-inspecteur van het Inspectoraat-Generaal VROM in de betrokken regio wordt aangewezen als inspecteur in de zin van:
– de Drinkwaterwet;
– de Interimwet stad-en-milieubenadering;
– het Vuurwerkbesluit;
– de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
– de Wet bodembescherming;
– de Wet geluidhinder;
– de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden;
– de Wet inzake de luchtverontreiniging;
– de Wet milieubeheer;
– de Wet ruimtelijke ordening;
– de Woningwet, met uitzondering van de aangelegenheden met betrekking tot welke ingevolge de artikelen 2 en 3 van het Besluit mandatering aan ILT van handhavingsbevoegdheden en aanwijzing toezichthouders op het terrein van BZK-wetgeving en de artikelen 3 tot en met 5 van het Besluit mandaat Autoriteit woningcorporaties en WNT mandaat en machtiging is verleend aan de Inspecteur-Generaal Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het Instellingbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport.
2. De directeur-inspecteur van het Inspectoraat-Generaal VROM in de betrokken regio wordt aangewezen als inspecteur in de zin van:
– de Drinkwaterwet;
– de Interimwet stad-en-milieubenadering;
– het Vuurwerkbesluit;
– de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
– de Wet bodembescherming;
– de Wet geluidhinder;
– de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden;
– de Wet inzake de luchtverontreiniging;
– de Wet milieubeheer;
– de Wet ruimtelijke ordening;
– de Woningwet, met uitzondering van de aangelegenheden met betrekking tot welke ingevolge de artikelen 2 en 3 van het Besluit mandatering aan ILT van handhavingsbevoegdheden en aanwijzing toezichthouders op het terrein van BZK-wetgeving en de artikelen 3 tot en met 5 van het Besluit mandaat Autoriteit woningcorporaties en WNT mandaat en machtiging is verleend aan de Inspecteur-Generaal Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het Instellingbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport.