BWBR0017707
Geldig vanaf 2015-07-03
Artikel 33
Regeling spoorverkeer
1. Lichtseinen die rood licht uitstralen mogen voorbijgereden worden indien de treindienstleider toestemming heeft gegeven voor het passeren van een stoptonend sein.
2. Een P-sein dat rood licht uitstraalt mag ook voorbijgereden worden indien geen spreekverbinding met de treindienstleider tot stand kan worden gebracht.
3. Indien het P-sein, bedoeld in het tweede lid, voorbijgereden mag worden, mag ook daaropvolgende P-seinen die rood licht uitstralen voorbijgereden worden.
4. Na het voorbijrijden van een P-sein dat rood licht uitstraalt wordt:
a. met een zodanige snelheid gereden dat de trein in staat is om te kunnen stoppen binnen de afstand waarover de spoorweg is te overzien en deze vrij is; en
b. rekening gehouden met het niet goed functioneren van een overweg.
5. De treindienstleider geeft geen toestemming tot het voorbijrijden van het P-sein dat rood licht uitstraalt, bedoeld in het tweede lid, indien hij op de hoogte is van gevaar achter dit sein.
2. Een P-sein dat rood licht uitstraalt mag ook voorbijgereden worden indien geen spreekverbinding met de treindienstleider tot stand kan worden gebracht.
3. Indien het P-sein, bedoeld in het tweede lid, voorbijgereden mag worden, mag ook daaropvolgende P-seinen die rood licht uitstralen voorbijgereden worden.
4. Na het voorbijrijden van een P-sein dat rood licht uitstraalt wordt:
a. met een zodanige snelheid gereden dat de trein in staat is om te kunnen stoppen binnen de afstand waarover de spoorweg is te overzien en deze vrij is; en
b. rekening gehouden met het niet goed functioneren van een overweg.
5. De treindienstleider geeft geen toestemming tot het voorbijrijden van het P-sein dat rood licht uitstraalt, bedoeld in het tweede lid, indien hij op de hoogte is van gevaar achter dit sein.