BWBR0017664
Geldig vanaf 2004-12-22
Artikel II
Wijzigingswet Mediawet (verbetering openheid en continuïteit landelijke publieke omroep)
1. Ten aanzien van omroepverenigingen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een erkenning als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Mediawet, hebben verkregen, blijven de artikelen 39, eerste lid, en 103, eerste lid, onderdeel a, van de Mediawet, zoals deze luidden op dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, van toepassing voor de duur van de erkenning.
2. Ten aanzien van omroepverenigingen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een erkenning als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Mediawet, hebben verkregen op grond van artikel V, tweede lid, van de wet van 23 maart 2000 tot wijziging van de Mediawet in verband met de invoering van een vernieuwd concessiestelsel voor de landelijke publieke omroep(Stb. 138), blijft het zevende lid van laatstgenoemd artikel van toepassing voor de duur van de erkenning.
2. Ten aanzien van omroepverenigingen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een erkenning als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Mediawet, hebben verkregen op grond van artikel V, tweede lid, van de wet van 23 maart 2000 tot wijziging van de Mediawet in verband met de invoering van een vernieuwd concessiestelsel voor de landelijke publieke omroep(Stb. 138), blijft het zevende lid van laatstgenoemd artikel van toepassing voor de duur van de erkenning.