BWBR0017584
Geldig vanaf 2004-12-15
Artikel 8
Besluit subsidies Topprojecten herstructurering bedrijventerreinen
1. Onze Minister beslist afwijzend op een aanvraag:
a. indien de aanvraag niet voldoet aan dit besluit;
b. indien onvoldoende aannemelijk is dat het project binnen 12 maanden na subsidieverlening aan kan vangen;
c. indien onvoldoende aannemelijk is dat het project binnen zeseneenhalf jaar na subsidieverlening kan worden voltooid;
d. indien aannemelijk is dat het project ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
e. indien onvoldoende vertrouwen bestaat in de haalbaarheid van het project;
f. indien in het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend op grond van dit besluit reeds subsidie verleend is ten behoeve van het bedrijventerrein, waar het project betrekking op heeft;
g. voor zover ten behoeve van het bedrijventerrein, waar het project betrekking op heeft, op grond van dit besluit reeds € 7 500 000 subsidie is verleend.
2. Onze Minister kan afwijzend beslissen op een aanvraag indien:
a. het project niet voorziet in ruimte voor bedrijvigheid waar blijkens een regionale analyse van vraag en aanbod van bedrijventerreinen behoefte aan is;
b. het project strijdigheid creëert met het in de Nota Ruimte vastgestelde veroorzakersprincipe;
c. blijkt dat er geen verkenning is geweest van andere financierings- en subsidiemogelijkheden en geen aanvraag is gedaan voor relevante subsidie-instrumenten van andere bestuursorganen en de Europese Commissie;
d. onvoldoende aannemelijk is dat het project kan rekenen op draagvlak binnen de regio waar het bedrijventerrein ligt en bij de ondernemers die op het bedrijventerrein gevestigd zijn;
e. uit het masterplan onvoldoende blijkt dat de verbetering van het vestigingsklimaat op het bedrijventerrein blijvend is;
f. uit het masterplan onvoldoende blijkt dat er op het bedrijventerrein aandacht wordt besteed aan criminaliteitspreventie;
g. het project onvoldoende bijdraagt aan de oplossing van de belangrijkste knelpunten, die in het masterplan zijn weergegeven.
a. indien de aanvraag niet voldoet aan dit besluit;
b. indien onvoldoende aannemelijk is dat het project binnen 12 maanden na subsidieverlening aan kan vangen;
c. indien onvoldoende aannemelijk is dat het project binnen zeseneenhalf jaar na subsidieverlening kan worden voltooid;
d. indien aannemelijk is dat het project ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
e. indien onvoldoende vertrouwen bestaat in de haalbaarheid van het project;
f. indien in het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend op grond van dit besluit reeds subsidie verleend is ten behoeve van het bedrijventerrein, waar het project betrekking op heeft;
g. voor zover ten behoeve van het bedrijventerrein, waar het project betrekking op heeft, op grond van dit besluit reeds € 7 500 000 subsidie is verleend.
2. Onze Minister kan afwijzend beslissen op een aanvraag indien:
a. het project niet voorziet in ruimte voor bedrijvigheid waar blijkens een regionale analyse van vraag en aanbod van bedrijventerreinen behoefte aan is;
b. het project strijdigheid creëert met het in de Nota Ruimte vastgestelde veroorzakersprincipe;
c. blijkt dat er geen verkenning is geweest van andere financierings- en subsidiemogelijkheden en geen aanvraag is gedaan voor relevante subsidie-instrumenten van andere bestuursorganen en de Europese Commissie;
d. onvoldoende aannemelijk is dat het project kan rekenen op draagvlak binnen de regio waar het bedrijventerrein ligt en bij de ondernemers die op het bedrijventerrein gevestigd zijn;
e. uit het masterplan onvoldoende blijkt dat de verbetering van het vestigingsklimaat op het bedrijventerrein blijvend is;
f. uit het masterplan onvoldoende blijkt dat er op het bedrijventerrein aandacht wordt besteed aan criminaliteitspreventie;
g. het project onvoldoende bijdraagt aan de oplossing van de belangrijkste knelpunten, die in het masterplan zijn weergegeven.