BWBR0017584
Geldig vanaf 2004-12-15
Artikel 3
Besluit subsidies Topprojecten herstructurering bedrijventerreinen
1. De subsidie bedraagt 50% van de projectkosten verminderd met de marktconforme opbrengsten, de bijdragen van derden en de subsidies van andere bestuursorganen en de Europese Commissie.
2. De subsidie bedraagt niet meer dan een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag.
3. Onze Minister kan van het tweede lid afwijken, indien het project een cruciale meerwaarde heeft voor het bereiken van het in het masterplan geformuleerde einddoel, dat op het bedrijventerrein wordt gerealiseerd.
4. Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen alle in de verleningsbeschikking opgenomen, noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten.
5. Als opbrengst wordt in aanmerking genomen de opbrengst uit uitgifte, verhuur en verpachting van grond en de opbrengst uit verhuur en verkoop van gebouwen.
6. In het geval dat gebouwen of grond op het moment van subsidievaststelling nog niet zijn verkocht, verpacht of verhuurd, worden de verwachte opbrengsten uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het moment van indiening van de aanvraag om subsidievaststelling door een onafhankelijke taxateur vastgesteld.
2. De subsidie bedraagt niet meer dan een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag.
3. Onze Minister kan van het tweede lid afwijken, indien het project een cruciale meerwaarde heeft voor het bereiken van het in het masterplan geformuleerde einddoel, dat op het bedrijventerrein wordt gerealiseerd.
4. Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen alle in de verleningsbeschikking opgenomen, noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten.
5. Als opbrengst wordt in aanmerking genomen de opbrengst uit uitgifte, verhuur en verpachting van grond en de opbrengst uit verhuur en verkoop van gebouwen.
6. In het geval dat gebouwen of grond op het moment van subsidievaststelling nog niet zijn verkocht, verpacht of verhuurd, worden de verwachte opbrengsten uiterlijk drie maanden voorafgaand aan het moment van indiening van de aanvraag om subsidievaststelling door een onafhankelijke taxateur vastgesteld.