BWBR0017540
Geldig vanaf 2004-11-28
Artikel 3
Regeling beschikbare middelen beheerskosten Zfw 2005
Het College zorgverzekeringen verdeelt de beschikbare middelen, genoemd in artikel 1, onder a, als volgt:
a. het College zorgverzekeringen rekent € 0,440 miljoen toe aan elk ziekenfonds;
b. op het in artikel 1, onderdeel a, genoemde bedrag brengt het College zorgverzekeringen in mindering: 1. het bedrag dat gemoeid is met de toepassing van onderdeel a;
2. de incidenteel voor het jaar 2005 beschikbaar gestelde middelen ten bedrage van € 1,225 miljoen voor beheerskosten buitenland;
1. het bedrag dat gemoeid is met de toepassing van onderdeel a;
2. de incidenteel voor het jaar 2005 beschikbaar gestelde middelen ten bedrage van € 1,225 miljoen voor beheerskosten buitenland;
c. het College zorgverzekeringen verdeelt het resultaat van onderdeel b: 1. voor 45 procent op basis van een vast bedrag voor de eerste 100.000 verzekerden en een vast bedrag voor elke volgende verzekerde. Het vaste bedrag voor de eerste 100.000 verzekerden is 37,5% hoger dan het vaste bedrag voor elke volgende verzekerde;
2. voor 55 procent op basis van een vast percentage van het ingevolge de Regeling beschikbare middelen verstrekkingen en vergoedingen Zfw 2005 vastgestelde deelbudget kosten van overige verstrekkingen en vergoedingen;
1. voor 45 procent op basis van een vast bedrag voor de eerste 100.000 verzekerden en een vast bedrag voor elke volgende verzekerde. Het vaste bedrag voor de eerste 100.000 verzekerden is 37,5% hoger dan het vaste bedrag voor elke volgende verzekerde;
2. voor 55 procent op basis van een vast percentage van het ingevolge de Regeling beschikbare middelen verstrekkingen en vergoedingen Zfw 2005 vastgestelde deelbudget kosten van overige verstrekkingen en vergoedingen;
d. het College zorgverzekeringen verdeelt het bedrag van € 1,225 miljoen, genoemd in onderdeel b, sub 2e, op een door het College zorgverzekeringen vast te stellen wijze;
e. het College zorgverzekeringen sommeert het bedrag van onderdeel a en de resultaten van de onderdelen c en d per ziekenfonds en stelt de uitkering aan elk ziekenfonds vast op de uitkomst van die berekening;
f. het College zorgverzekeringen kan, indien het vaste bedrag of het vaste percentage, bedoeld in onderdeel c nog niet beschikbaar is, de uitkering aan een ziekenfonds berekenen op basis van een voorlopig vast bedrag of een voorlopig vast percentage en de uitkering voorlopig vaststellen.
a. het College zorgverzekeringen rekent € 0,440 miljoen toe aan elk ziekenfonds;
b. op het in artikel 1, onderdeel a, genoemde bedrag brengt het College zorgverzekeringen in mindering: 1. het bedrag dat gemoeid is met de toepassing van onderdeel a;
2. de incidenteel voor het jaar 2005 beschikbaar gestelde middelen ten bedrage van € 1,225 miljoen voor beheerskosten buitenland;
1. het bedrag dat gemoeid is met de toepassing van onderdeel a;
2. de incidenteel voor het jaar 2005 beschikbaar gestelde middelen ten bedrage van € 1,225 miljoen voor beheerskosten buitenland;
c. het College zorgverzekeringen verdeelt het resultaat van onderdeel b: 1. voor 45 procent op basis van een vast bedrag voor de eerste 100.000 verzekerden en een vast bedrag voor elke volgende verzekerde. Het vaste bedrag voor de eerste 100.000 verzekerden is 37,5% hoger dan het vaste bedrag voor elke volgende verzekerde;
2. voor 55 procent op basis van een vast percentage van het ingevolge de Regeling beschikbare middelen verstrekkingen en vergoedingen Zfw 2005 vastgestelde deelbudget kosten van overige verstrekkingen en vergoedingen;
1. voor 45 procent op basis van een vast bedrag voor de eerste 100.000 verzekerden en een vast bedrag voor elke volgende verzekerde. Het vaste bedrag voor de eerste 100.000 verzekerden is 37,5% hoger dan het vaste bedrag voor elke volgende verzekerde;
2. voor 55 procent op basis van een vast percentage van het ingevolge de Regeling beschikbare middelen verstrekkingen en vergoedingen Zfw 2005 vastgestelde deelbudget kosten van overige verstrekkingen en vergoedingen;
d. het College zorgverzekeringen verdeelt het bedrag van € 1,225 miljoen, genoemd in onderdeel b, sub 2e, op een door het College zorgverzekeringen vast te stellen wijze;
e. het College zorgverzekeringen sommeert het bedrag van onderdeel a en de resultaten van de onderdelen c en d per ziekenfonds en stelt de uitkering aan elk ziekenfonds vast op de uitkomst van die berekening;
f. het College zorgverzekeringen kan, indien het vaste bedrag of het vaste percentage, bedoeld in onderdeel c nog niet beschikbaar is, de uitkering aan een ziekenfonds berekenen op basis van een voorlopig vast bedrag of een voorlopig vast percentage en de uitkering voorlopig vaststellen.