BWBR0017472
Geldig vanaf 24-07-2005
Artikel 4
Verordening ter uitvoering van de Verordening fokken van TSE-ongevoelige schapen (PVV) 2004
1. De aanvraag van de erkenning van het fokprogramma wordt ingediend bij de voorzitter en dient vergezeld te gaan van ten minste de volgende gegevens:
a. naam ras of stamboek;
b. ras (niet zijnde een erkend stamboek) van de schapen of naam van het stamboek;
c. datum verlening erkenning van het stamboek (indien van toepassing);
d. aantal ingeschreven schapen;
e. aantal ingeschreven rammen;
f. aantal ingeschreven ooien;
g. de frequentie ARR-allelen in de totale populatie;
h. de frequentie van ARR/ARR rammen;
i. de frequentie van ARR/x rammen;
j. het gewenste selectieregime voor het komende dekseizoen;
k. individuele identificatienummers en de bijhorende genotypen/resultaten van de genotyperingstesten;
l. de afstamming van de vijf voorafgaande generaties van de totale populatie.
2. De frequentie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder sub g tot en met i, kan bepaald worden aan de hand van een representatieve steekproef binnen de populatie.
3. Een steekproef is representatief indien de steekproef over minimaal 10% van de rammen met een minimum van 100 rammen wordt getrokken.
4. Een of meerdere gegevens kunnen door middel van een geautomatiseerd gegevensbestand worden aangeleverd.
5. Het bestuur kan ten behoeve van de aanvraag een formulier vaststellen.
a. naam ras of stamboek;
b. ras (niet zijnde een erkend stamboek) van de schapen of naam van het stamboek;
c. datum verlening erkenning van het stamboek (indien van toepassing);
d. aantal ingeschreven schapen;
e. aantal ingeschreven rammen;
f. aantal ingeschreven ooien;
g. de frequentie ARR-allelen in de totale populatie;
h. de frequentie van ARR/ARR rammen;
i. de frequentie van ARR/x rammen;
j. het gewenste selectieregime voor het komende dekseizoen;
k. individuele identificatienummers en de bijhorende genotypen/resultaten van de genotyperingstesten;
l. de afstamming van de vijf voorafgaande generaties van de totale populatie.
2. De frequentie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder sub g tot en met i, kan bepaald worden aan de hand van een representatieve steekproef binnen de populatie.
3. Een steekproef is representatief indien de steekproef over minimaal 10% van de rammen met een minimum van 100 rammen wordt getrokken.
4. Een of meerdere gegevens kunnen door middel van een geautomatiseerd gegevensbestand worden aangeleverd.
5. Het bestuur kan ten behoeve van de aanvraag een formulier vaststellen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017472
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl