BWBR0017415
Geldig vanaf 2004-11-10
Artikel 7
Regeling werkgeversbijdrage kinderopvang rijkspersoneel
1. Vóór 10 februari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarover de voorlopige bijdrage is ontvangen, verstrekt de ambtenaar aan het bevoegd gezag een overzicht met de noodzakelijke gegevens voor het vaststellen van de definitieve werkgeversbijdrage. Bij dat overzicht voegt de ambtenaar een gewaarmerkte kopie van een door het kindercentrum of het gastouderbureau vervaardigde specificatie van de feitelijke kosten van kinderopvang of gastouderopvang over het voorgaande kalenderjaar en/of gewaarmerkte kopieën van de ter zake betrekking hebbende rekeningen met de daarbij behorende betalingsbewijzen.
2. In het geval waarin de werkgever van de partner van de ambtenaar minder dan een zesde deel van de kosten van kinderopvang of gastouderopvang heeft vergoed, dient bij de aanvraag een verklaring van die werkgever te worden gevoegd waaruit blijkt in welke mate is bijgedragen in de kosten van kinderopvang of gastouderopvang.
3. Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens niet of niet tijdig worden overgelegd, wordt de voorlopige bijdrage in zijn geheel teruggevorderd.
4. Indien de in het tweede lid bedoelde verklaring niet of niet tijdig wordt overgelegd, wordt de voorlopige bijdrage, voor zover deze betrekking heeft op de in artikel 9bedoelde aanvullende bijdrage, teruggevorderd.
5. Binnen vier weken na ontvangst van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens stelt het bevoegd gezag de bijdrage definitief vast, onder verrekening van de betaalde voorlopige bijdrage. Indien de definitieve bijdrage afwijkt van de voorlopige bijdrage vindt nabetaling of terugvordering plaats.
6. Het bevoegd gezag verstrekt binnen twee werkdagen nadat de definitieve bijdrage is vastgesteld aan de ambtenaar een opgaaf van de definitieve bijdrage en het eventueel na te betalen of terug te vorderen bedrag.
7. In het geval waarin terugvordering plaatsvindt, dient de ambtenaar het door hem verschuldigde bedrag binnen twee maanden nadat de definitieve bijdrage is vastgesteld terug te betalen op de door het bevoegd gezag aangegeven wijze. Is sprake van een nabetaling door het bevoegd gezag, dan wordt het aan de ambtenaar toekomende bedrag uitbetaald binnen twee maanden nadat de definitieve bijdrage is vastgesteld.
2. In het geval waarin de werkgever van de partner van de ambtenaar minder dan een zesde deel van de kosten van kinderopvang of gastouderopvang heeft vergoed, dient bij de aanvraag een verklaring van die werkgever te worden gevoegd waaruit blijkt in welke mate is bijgedragen in de kosten van kinderopvang of gastouderopvang.
3. Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens niet of niet tijdig worden overgelegd, wordt de voorlopige bijdrage in zijn geheel teruggevorderd.
4. Indien de in het tweede lid bedoelde verklaring niet of niet tijdig wordt overgelegd, wordt de voorlopige bijdrage, voor zover deze betrekking heeft op de in artikel 9bedoelde aanvullende bijdrage, teruggevorderd.
5. Binnen vier weken na ontvangst van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens stelt het bevoegd gezag de bijdrage definitief vast, onder verrekening van de betaalde voorlopige bijdrage. Indien de definitieve bijdrage afwijkt van de voorlopige bijdrage vindt nabetaling of terugvordering plaats.
6. Het bevoegd gezag verstrekt binnen twee werkdagen nadat de definitieve bijdrage is vastgesteld aan de ambtenaar een opgaaf van de definitieve bijdrage en het eventueel na te betalen of terug te vorderen bedrag.
7. In het geval waarin terugvordering plaatsvindt, dient de ambtenaar het door hem verschuldigde bedrag binnen twee maanden nadat de definitieve bijdrage is vastgesteld terug te betalen op de door het bevoegd gezag aangegeven wijze. Is sprake van een nabetaling door het bevoegd gezag, dan wordt het aan de ambtenaar toekomende bedrag uitbetaald binnen twee maanden nadat de definitieve bijdrage is vastgesteld.