BWBR0017328
Geldig vanaf 2005-05-09
Artikel 5
Tijdelijke subsidieregeling stimuleren leeftijdsbewust beleid
1. Een aanvraag heeft steeds betrekking op één project.
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een begroting.
3. De aanvrager maakt bij de indiening gebruik van het daarvoor door de minister verstrekte formulier dat is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 1van deze regeling.
4. Met betrekking tot de projecten voor het tweede aanvraagtijdvak van aanvraagronde 2007–2008 geldt dat deze projecten betrekking hebben op het verspreiden of verder bevorderen van beleidsinstrumenten op het gebied van het verhogen van de duurzame inzetbaarheid van werknemers en in het bijzonder gericht zijn op een van de volgende thema’s:
a. Communicatie en voorlichting: het anders dan door ontwikkeling van beleidsinstrumenten vergroten van bewustwording van leeftijdsbewust personeelsbeleid of het uitwisselen van ervaring, kennis en informatie over leeftijdsbewust personeelsbeleid;
b. Verantwoordelijkheid werknemer: stimuleren van de discussie over de inhoud van de eigen verantwoordelijkheid van de werknemer bij leeftijdsbewust beleid in verhouding tot de verantwoordelijkheid van de werkgever;
c. Ontziemaatregelen: onderzoeken van problemen die kunnen ontstaan wanneer ontziemaatregelen worden vervangen door preventiemaatregelen en het formuleren van verbeteringen op dit terrein;
d. Taak- en functieroulatie: stimuleren van mobiliteit door het gebruikmaken en ontwikkelen van taak- en functieroulatie;
e. Blijven ontwikkelen: ondersteunen van het opzetten door bedrijven van activiteiten die bijdragen aan permanente ontwikkeling van lager opgeleide oudere werknemers; of
f. Instrumenten voor kleine bedrijven: aanbieden van faciliteiten en hulp aan kleinere bedrijven om leeftijdsbewust personeelsbeleid te bevorderen.
5. Op een aanvraag wordt uiterlijk 12 weken na het sluiten van een aanvraagtijdvak beslist.
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een begroting.
3. De aanvrager maakt bij de indiening gebruik van het daarvoor door de minister verstrekte formulier dat is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 1van deze regeling.
4. Met betrekking tot de projecten voor het tweede aanvraagtijdvak van aanvraagronde 2007–2008 geldt dat deze projecten betrekking hebben op het verspreiden of verder bevorderen van beleidsinstrumenten op het gebied van het verhogen van de duurzame inzetbaarheid van werknemers en in het bijzonder gericht zijn op een van de volgende thema’s:
a. Communicatie en voorlichting: het anders dan door ontwikkeling van beleidsinstrumenten vergroten van bewustwording van leeftijdsbewust personeelsbeleid of het uitwisselen van ervaring, kennis en informatie over leeftijdsbewust personeelsbeleid;
b. Verantwoordelijkheid werknemer: stimuleren van de discussie over de inhoud van de eigen verantwoordelijkheid van de werknemer bij leeftijdsbewust beleid in verhouding tot de verantwoordelijkheid van de werkgever;
c. Ontziemaatregelen: onderzoeken van problemen die kunnen ontstaan wanneer ontziemaatregelen worden vervangen door preventiemaatregelen en het formuleren van verbeteringen op dit terrein;
d. Taak- en functieroulatie: stimuleren van mobiliteit door het gebruikmaken en ontwikkelen van taak- en functieroulatie;
e. Blijven ontwikkelen: ondersteunen van het opzetten door bedrijven van activiteiten die bijdragen aan permanente ontwikkeling van lager opgeleide oudere werknemers; of
f. Instrumenten voor kleine bedrijven: aanbieden van faciliteiten en hulp aan kleinere bedrijven om leeftijdsbewust personeelsbeleid te bevorderen.
5. Op een aanvraag wordt uiterlijk 12 weken na het sluiten van een aanvraagtijdvak beslist.